>> Homepage    >> Mijn fietsreizen    >> Overzicht beklommen cols    >> Hoogteprofielen Midden-Nederland    >> Links

Ötztaler Radmarathon 2012

(Klik op de foto's voor een vergroting!)
Reageren? Stuur me een E-mail!


De Ötztaler is misschien wel de grootste, mooiste, moelijkste en best georganiseerde cyclosportieve van Europa. In de dagen voorafgaand aan de tocht is het Oostenrijke Sölden het epicentrum van het wielertoerisme. In februari schrijf ik me samen met Gerben en Arjan in voor de loting. Voor de 4000 startplekken blijken maar liefst 19000 gegadigden te zijn! Vol spanning wachten we de grote verloting af, die een maand later plaats vindt. Dan komt er witte rook uit Sölden en heeft het fietsjaar 2012 een prachtig hoofddoel.

Jaufenpas



Cols

In de tekst worden beklimmingen cursief weergegeven. De rode bergjes verwijzen naar het hellingprofiel en wat statistieken van de betreffende klim. Zie het col-overzicht voor informatie over al mijn beklommen cols.


Dagoverzicht

Dag 1: Ötztaler Gletscherstrasse - Timmelsjoch
Dag 2: Stelvio
Dag 3: Kaunertaler Gletscherstrasse
Dag 4: Timmelsjoch
Dag 5: -rustdag-
Dag 6: Vent
Dag 7: Ötztaler Radmarathon


Reisverslag


Een week voor de tocht arriveren we in ons appartement aan de Panoramastrasse even boven Sölden. We zullen de eerste dagen gebruiken om enkele beruchte beklimmingen in de buurt af te stropen en delen van het parcours te verkennen. De laatste dagen voor de race gaat het gas eraf om zo uitgerust en wel de 238 kilometers en de 5500 hoogtemeters van de Radmarathon aan te kunnen vangen.



Dag 1: Ötztaler Gletscherstrasse - Timmelsjoch | 83 km, 3050 hm

> Hoogteprofiel

Net als we gaan ontbijten komt achter de bergkam aan de overkant van het dal de zon tevoorschijn. Onder een strakblauwe lucht werken we de eerste lading noedels naar binnen. Gezien het schitterende weer besluiten we vandaag meteen de 2829 m hoge Ötztaler Gletscherstrasse op het programma te zetten. Niet alleen is dit de hoogste asfaltweg van de Alpen, met kilometers achter elkaar 12% gemiddeld is het vooral een loodzware beklimming.

Haarspeldbocht boven de Mautstelle


Rond half elf trekken we de deur achter ons dicht en dalen we af naar Sölden. Voor de echte klim begint, gaat het ook over de doorgaande weg al flink omhoog. Na een kilometer slaan we rechtsaf, de doodlopende Ötztaler Gletscherstrasse in. Meteen loopt de weg steil omhoog. Al snel ronden we een tweetal haarspeldbochten, waarna zich een fraai uitzicht over Sölden ontvouwt. Het dorp ligt al verrassend ver in de diepte! De volgende haarspeldbochten, die genummerd zijn met grote groene borden, laten langer op zich wachten. De lange tussenstukken aan 12% hakken er in, zo op de eerste dag van de vakantie. Het is zweten geblazen. De bomen waar we tussendoor omhoog klauteren bieden weinig bescherming tegen de felle zon. Even nadat we de 2000 m grens doorbroken hebben, vlakt de weg af. De Mautstelle dient zich aan (tol voor een personenwagen tot vier inzittenden: 17.50 euro). Een paar honderd meter gaat het zelfs lichtjes naar beneden. Voorbij de slagbomen krijgen we de naamgever van de weg in zicht: de Ötztaler Gletscher.

Ötztaler Gletscherstrasse


Na het tolstation volgt het zwaarste stuk van de klim: een kaarsrechte streep asfalt van 14%. Bij de volgende haarspeldbocht is goed te zien hoe steil het is. Na een viertal bochten komt de gletsjer opeens erg dicht bij. Het stijgingspercentage is iets draaglijker geworden. Bij de splitsing houden we links aan, richting de Tiefenbachferner. Vlak onder de sneeuw door fietsen we op de twee kilometer lange kaarsrechte tunnel af, die ons naar het hoogste punt zal brengen. De tunneluitgang is meteen te zien, maar lijkt vervolgens minutenlang geen meter dichterbij te komen. Het stijgt nog steeds met 9%, dus de snelheid ligt niet erg hoog. Leden we onderin de klim onder de verschroeiend hete zon, in de tunnel is het ijskoud. Tenslotte bereiken we de uitgang, waar een bord de indrukwekkende hoogte van 2829 m boven zeeniveau vermeldt. De korte afdaling naar het skicentrum is een formaliteit.

Final stretch Timmelsjoch


Na een ruime pauze wagen we ons aan de afdaling. Het levert een snelheidsrecord en een bijna schuiver op. Omdat het nog vroeg is besluiten we vanmiddag ook de westkant van de Timmelsjoch aan onze collectie van bedwongen cols toe te voegen. Na wat inleidende beschietingen krijgen we voorbij Zwieselstein de eerste steile kilometers voor de wielen. Door het smalle Gurglertal winnen we tussen de bomen rap hoogte. Hoewel we nu op de doorgaande weg zitten, valt het met het verkeer alles mee. Na een paar vlakke tussenstukken begint bij de afslag naar Obergurgl de klim naar de Mautstelle. Het beste is er wel af voor vandaag en ik worstel me omhoog. Misschien is het toch niet zo slim om de eerste dag met de moorddadig steile Gletscherstrasse te beginnen en daarna ook nog de Timmelsjoch te doen...

Op de Timmelsjoch


Na de Mautstelle volgt een afdaling van een kilometer of anderhalf. 'Zonde van de opgebouwde hoogtemeters', denk ik, terwijl ik in de diepte aan de overkant van het dal ons huisje in Sölden probeer te ontwaren. De laatste vier kilometers naar de col voeren door een ruig en verlaten landschap. Kale rotsen, een beetje gras en een snelstromend beekje. Dat is waar de volop aanwezige koeien het mee moeten doen. Met constant een stijging van 10% en de harde wind vol op kop vorderen we langzaam. Maar gelukkig maakt de ervaring van het hooggebergte veel goed. Na een ellenlang recht stuk besluit de klim met aardige serie haarspeldbochten. Gesloopt arriveren Gerben en ik op de top, waar Arjan al een tijd van het zonnetje zit te genieten. Vanwege de kou duiken we al snel de afdaling weer in, waar ik voor de tweede keer deze dag mijn snelheidsrecord aanscherp. Dit keer blijft de teller steken op een duizelingwekkende 95 km/uur.



Dag 2: Stelvio | 67 km, 1905 hm

> Hoogteprofiel

Ook vandaag staat er weer een topklim op het programma. Eentje die we nog te goed hebben van twee jaar geleden, toen een dikke laag sneeuw ons in de weg stond. Het betreft de klassieke kant van de Passo dello Stelvio . Deze legendarische pas was 11 jaar geleden mijn eerste echte col ooit. Toen ging het met bepakking op mijn hybride sportfietsje op weg van Venetië naar Wageningen. Ik kijk ernaar uit de beroemde 48 bochten nu op de racefiets te ronden. Er is een probleempje: de voet van de klim is volgens GoogleMaps een dikke twee uur rijden vanuit Sölden. Maar voor deze klim nemen we dat op de koop toe. Helaas blijkt de Reschenpas afgesloten wegens werkzaamheden, waardoor we moeten omrijden over de Norbertshöhe. Al met al zijn we 2.5 uur onderweg voordat we de auto parkeren in een smal straatje in Italiaanse Sluderno, een dorpje niet ver van de voet van de klim. Het is de moeite waard concluderen we achteraf, zij het op het randje.

Op naar de Stelvio


Om 12:45 zitten we eindelijk op de fiets. Zes kilometer verder fietsen we Prato allo Stelvio binnen. Na een vergeefse poging een fatsoendelijk lunch in te slaan, beginnen we aan de klim. Het eerste deel voert door het smalle dal van de Sulda, die ons met grote snelheid tegemoet stroomt. Op enkele wat steilere stukken na zijn de eerste 10 kilometers van de klim gemakkelijk. De wetenschap dat er daarna nog 46 haarspeldbochten volgen, behoedt voor al te veel enthousiasme. Het is weer flink bakken in de hitte, zeker als we een tijdje vlak langs een hoge stenen muur fietsen die vol in de zon ligt. In een klein supermarkje in het dorpje Trafoi vergrijp ik me aan de bananen, marsen en energierepen. Eindelijk weer brandstof in de tank!

Passo dello Stelvio

Passo dello Stelvio


Na Trafoi begint de Stelvio pas echt. Vanaf hier tot de top is het constant rond de 8 à 9%. Al snel volgt er een heerlijke serie haarspeldbochten, die verrassend tegen de nog steeds beboste berghelling oplust. Dan opent het bos zich en komen de fraaie uitzichten. Aan de overkant van het dal torent de besneeuwde top van de 3995 m hoge Ortler overal bovenuit. Een paar kilometer verder markeert het hotel Franzenshöhe het begin van de finale. Vrijwel tegelijkertijd zijn de resterende 6 kilometer tot de pas in een oogopslag te zien. Het blijft een mooi gezicht, die laatste kilometers zo tegen de kale rotswand aan geplakt te zien. Ontspannen fiets ik van bocht naar bocht, genietend van de bij elke bocht weer wisselende panorama's. Een voor een verdwijnen de op de weg gekalkte kilometeraanduidingen onder mijn wielen. Ik bedenk me wat er allemaal gebeurd is sinds die eerste keer dat ik hier omhoog fietste. Het lijkt een eeuwigheid geleden. Zo elke 10 jaar een keer de Stelvio opfietsen om het leven door te nemen. Een mooi idee. Intussen ben ik in de laatste kilometer aanbeland. Het steilste stukje van de klim is de verbinding tussen de bochten 4 en 3. Gelukkig is het maar een kleine 100 meter. Na een lange flauwe bocht naar rechts sta ik op de top, waar het als vanouds een groot toeristisch circus is. Voor het thuisfront koop ik zoals beloofd een mooi Stelvio-Gavia-Mortirolo shirt. Op een terras drinken we in de stralende zon een cola. Het is bijna niet te geloven, maar twee weken later zien we foto's van een wegens een dik pak sneeuw gesloten pas.


Zonder windjack begin ik aan de afdaling richting Bormio. Na drie kilometer duiken we via de Umbrailpas Zwitserland in. De drie ongeasfalteerde kilometers overleven we zonder problemen. Beneden in Santa Maria slaan we rechtsaf. Door het Val Müstair dalen we verder richting de Italiaanse grens. Terug bij de auto in Sluderno zien we dat zich boven de Stelvio donkere wolken samengepakt hebben.



Dag 3: Kaunertaler Gletscherstrasse | 77 km, 1995 hm

> Hoogteprofiel

Nog één dag mooi weer, beloven de weergoden ons. Ondanks de lange autorit van gister besluiten we daarom vandaag weer in de auto te stappen. Dit keer is de Kaunertaler Gletscherstrasse het doelwit. Met bijna 40 km lengte, 2000 hoogtemeters en een majestueus landschap is dit een bijzondere klim, die we niet willen laten liggen.

Kaunertaler Gletscherstrasse


We parkeren de auto in Prutz, op een uur rijden van Sölden. In een lekker zonnetje beginnen we aan de klim, die rustig begint. Als de weg naar rechts buigt, versmalt het dal en volgt het eerste steile stuk. Vlak langs de snelstromende rivier gaat het zelfs even met 14% omhoog. Dan wijken de bomen en komen we in een soort tussendal waarin verschillende dorpen liggen. Rustig peddelen we over dit bijna vlakke gedeelte, dat eindigt bij de Mautstelle. Plotseling zien we hoog boven ons een gigantische stuwdam liggen. Als we er dichtbij zijn, lust de weg er in een paar steile haarspeldbochten naar toe. We worden beloond met een mooie terugblik op het dal. Alle aandacht wordt echter getrokken door het langgerekte stuwmeer wat voor ons ligt en de vergletsjerde bergtoppen daarachter. Zouden we straks ergens daarboven rondfietsen?

Kaunertaler Gletscherstrasse


De vlakke kilometers langs het meer vormen de bekende stilte voor de storm. Er wachten ons nog 12 kilometers serieus klimwerk; we moeten nog 1000 meter omhoog. Voorbij het meer beklimmen we via spectaculaire slingers een soort toren. Ik ben niet de enige die aan de decors uit Lord of the Rings moet denken. Deze berg is fantastisch! Eenmaal boven op de toren zitten we boven de boomgrens. Er volgt een korte pauze, waarna we via een nieuwe serie haarspeldbochten een volgende rotswand bedwingen. Aan de overkant van het dal stroomt een gletsjer majestueus naar beneden. Ik probeer het eindpunt van de klim te vinden, maar heb geen idee waar dit gaat eindigen. Er lopen een paar verdwaalde koeien over de weg. We passeren een klein smeltwatermeertje. De laatste kilometers houdt ook de lage begroeiing het voor gezien. Tussen de kale rotsen gaat het hoger en hoger. Dan buigt de weg naar rechts en doemt het gletscherrestaurant Weissee op. De top is bereikt, het ijs van de gletsjer komt tot op de enorme parkeerplaats. Over een ding zijn we het eens: deze klim is het ritje vanuit Sölden meer dan waard. Wauw!


Gaandeweg de afdaling betrekt de lucht. Tijdens het opladen van de fietsen trekt de wind aan en we zijn nog maar net weggereden of er breekt een enorme stortbui los. Goede timing weer vandaag! De afgelopen drie dagen hebben er goed ingehakt met alle autoritten en de buitencategorieklimmen die we beklommen hebben. De rest van de week nemen we gas terug, om fris aan de start van de Radmarathon te verschijnen.



Dag 4: Timmelsjoch | 72 km, 2350 hm

> Hoogteprofiel

Na een ochtendje lanterfanten besluiten Arjan en ik de slotklim van de Ötztaler te gaan verkennen. Omdat twee keer de Timmelsjoch nu wat veel van het goede is parkeren we de auto bij de Mautstelle. Vanaf hier is het nog dik vier kilometer klimmen naar de top van de col. Als echte toeristen dalen we vervolgens aan de andere kant af. Na een flink aantal foto's hebben we het spectaculaire en zwaarste deel van de klim achter ons liggen en zouden we om kunnen draaien. Omdat ik principieel tegen half werk ben als het om cols beklimmen gaat, dalen we echter helemaal af tot in San Leonardo.

Timmelsjoch


De oostkant van de Timmelsjoch telt 29 km en 1800 hoogtemeters. Niet echt voer voor een rustdag, maar vooruit. Onder zomerse omstandigheden beginnen we na een korte pauze aan de klim. Het is al half vier geweest, dat wordt een latertje. Even voor Moos krijgen we een lekke band. Dat kan er ook nog wel bij! Na een aantal kilometers met wisselende percentages, wordt het nu voor langere tijd steil. De eerste van een twaalftal meest korte tunneltjes dient zich aan. We maken ons een beetje zorgen over het weer: in de richting van de pas hangen donkere wolken. Een half uurtje klimmen later zit het steile stuk erop. Er volgen enkele kilometers waarin de weg amper stijgt. Langzaam ontvouwt zich het uitzicht op het laatste deel van de klim. Het ziet er indrukwekkend uit. Hoog boven ons zigzagt de weg tegen de machtige bergwand omhoog.

Bijna boven op de Timmelsjoch


Als de eerste druppels vallen hebben we nog zo'n 800 hoogtemeters te gaan. Even verderop is het gedaan met het vals-plat en begint de grote finale: een steil stuk van bijna 7 km met twee mooie series haarspeldbochten en imposante vergezichten. Intussen daalt de koude regen gestaag op ons neer. Dat gaat niet grappig worden als dit tot de top duurt. Maar we hebben geluk en een paar bochten verder wordt het droog. Was het hier aan het begin van de middag nog enorm druk met auto's en motoren, nu hebben we het rijk bijna alleen. Hoe hoger we komen, hoe indrukwekkender het uitzicht op de weg die we afgelegd hebben. Als een dun lint ligt de pasweg daar in de diepte. Een 600 meter lange tunnel markeert het einde van het steile stuk. Het laatste stukje naar de pas stelt daarna weinig meer voor. Door een ruig en kaal rotslandschap overbruggen we de laatste hoogtemeters.


Over een nat wegdek glibberen we naar beneden. De recordsnelheid van drie dagen terug wordt bij lange na niet gehaald. Het klimmetje naar de Mautstelle is heerlijk om het weer een beetje warm te krijgen. Met de auto dalen we de rest van de klim af, de verwarming op standje max. Terug in Sölden blijkt het ook daar behoorlijk gespookt te hebben.



Dag 5: Rustdag


Vandaag wordt er niet gefietst. We lezen wat en doen boodschappen in het dorp. En we halen ons startpakket op!






Bijna boven op de Timmelsjoch



Dag 6: Ventertal | 37 km, 830 hm

> Hoogteprofiel

De dag voor de race maken we een relaxed ritje door het Ventertal . We zijn niet de enigen die dit makkelijke klimmetje als ultieme voorbereiding gebruiken. Voor het eerst deze week is het echt druk met deelnemers aan de Radmarathon. Vanuit Sölden gaat het meteen behoorlijk omhoog. Eenmaal voorbij de afslag naar de Ötztaler Gletscherstrasse vlakt de weg af. In Zwieselstein slaan we rechtsaf, het Ventertal in. Langs het snelstromende water van de Venter Ache fietsen we steeds dieper het dal in. De weg stijgt erg onregelmatig. Alleen voor het kerkje van Heiligkreuz ligt een strook van meer dan 10%. Het Ventertal eindigt in het dorpje Vent, waar we ons vergrijpen aan koffie met apfelstrudel. In de afdaling komen we opeens in een grote groep van wel 100 man terecht. Blijkt dat Jan Ullrich deze ochtend ook in het Venterdal de beentjes op scherp aan het zetten is.


's Middags dalen we af naar Sölden om het sfeertje op te snuiven. En om nog even wat last-minute inkopen te doen voor de dag van morgen. We zijn niet de enigen. Vanwege de dreigende weersomstandigheden doen de handelaren in handschoenen, overschoenen en regenjacks goede zaken. Tijdens de saaie en onverstaanbare rennersbriefing wachten we dan ook maar op een ding: het weerbericht. De weervrouw van dienst houdt een pessimistisch betoog over het regengebied dat vannacht en morgenochtend over zal trekken. Om haar woorden kracht bij te zetten daalt eenmaal buiten de broeierige sporthal een druilerig regentje op ons neer. Koud! De inside informatie van het thuisfront is wat positiever, maar we houden rekening met een aantal natte en koude uren.



Dag 7: Ötztaler Radmarathon | 230 km, 5280 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Als we om 5 uur opstaan, blijkt al snel dat het getoonde weermodel wat al te enthousiast was met de berekende neerslag. Het regengebied blijkt al voorbij getrokken. Het is droog! Opgelucht werken we het ontbijt naar binnen. Na de laatste voorbereidingen dalen we af naar Sölden, waar we al snel in de chaos bij het startvak belanden. Al snel kunnen we niet voor of achteruit meer. Vlak achter het eerste vak (dat van de bevoorrechten) wachten we op de stoep de start af.

Bij de start


Hoewel de file renners zich honderden meters ver uitstrekt, kan het kanonschot dat de start markeert niemand zijn ontgaan. Omdat we vrij vooraan staan, passeren we al na enkele minuten de startstreep en begint de tijd te lopen. De Ötztaler begint met een 30 km lange afdaling waarin het 700 m naar beneden gaat. Na het startschot stort het peloton zich dan ook als een op hol geslagen kudde bizons de afgrond in. Ik had me voorbereid op een chaotisch begin, maar dit gaat mijn verwachting toch ruim te boven. Het valt me rauw op het dak en ik voel me niet op mijn gemak tussen de wielen. Al snel denk ik 'zoek het uit' en rijd min of meer mijn eigen tempo naar beneden. Hoewel ik besef dat in de Ötztaler het verschil niet in de afdalingen gemaakt wordt, slinkt mijn geldingsdrang tot een bedenkelijk niveau.


Bij de afslag naar het Kühtai Sattel , de eerste beklimming van de dag, ga ik even van de fiets om mijn jack uit te trekken. Daarna begin ik mij op de eerste steile stroken van de klim langzaam door het pak naar voren te bewegen. Ik ben hier tenslotte niet voor niets naartoe gekomen en het betreft hier potdorie wel het grote fietsdoel van 2012! Helaas merk ik al snel dat ik teveel kleding aan heb. Het mag dan gevoelig kouder zijn dan de eerder in de week, dat thermoshirt had ik beter in het huisje laten liggen. Na drie kilometer klimmen ben ik het helemaal zat en parkeer ik mijn fiets aan de kant van de weg. De cyclomodus maakt hier definitief plaats voor de toermodus. Niet waarvoor ik was gekomen, maar soit. Nadat ik de overtollige kleding heb opgeborgen, wacht ik op Gerben die aan de voet van de klim niet ver achter mij zat. Al mokkend fiets ik in zijn wiel verder omhoog.

Kuhtai


Langzaam maar zeker verdwijnt mijn ochtendhumeur. Het uitzicht richting Ötz doet me goed. Wolkenflarden geven het dal een geheimzinnig gezicht. De weg lust met een aantal mooie bochten tegen de berghelling op. Een kolderiek tafereel van een deelnemer die in paniek zijn gevallen zonnebril tussen de honderden rollende wielen vandaan probeert te vissen tovert een lach op mijn gezicht. Helemaal als hetzelfde voorval zich binnen een kilometer herhaalt. Na een vlak tussenstuk in de klim volgt een kilometer van 13%. Ik schroef het vermogen wat op en al slalommend kan ik heel wat renners voorbij steken. Altijd goed voor de moraal! Even later lijkt de top bereikt, maar dat is schijn. Om boven te komen moet nog een soort Grebbebergje worden overwonnen, wat tot het laatst aan het gezicht onttrokken blijft.


De afdaling naar Kematen is erg onregelmatig. Gelukkig ligt het wegdek er droog bij! De beruchte steile strook waar je recordsnelheden kan halen valt me tegen: smal en de kwaliteit van de weg laat te wensen over. Gaandeweg de afdaling krijg ik de bibbers van de kou en verlang ik naar het thermoshirt dat ik aan het begin van de Kühtai in mijn rugzak gestopt heb. Maar ja, ik heb geen zin me weer half uit te kleden. Ik ben blij als we beneden zijn en het weer vlak wordt. Innsbrück nadert! Het is het enige stukje van het parcours waar de wegen niet voor 100% afgesloten zijn voor verder verkeer.

Brenner


Direct vanuit de stad begint de weg te klimmen op weg naar de Brennerpas . Het is maar liefst 40km naar de pas! Daarbij moet wel gezegd worden dat de helft van die afstand de weg nauwelijks stijgt. Ontspannen kletsend leggen we de eerste kilometers af, die met een procentje of drie beheerst omhoog lopen. Hier in de diepe middenmoot gaat het er heel relaxed aan toe. Ik had een lelijke weg pal langs de Autobahn verwacht, maar dat valt reuze mee. Het is prima fietsen hier. Op het vlakke stuk halverwege sleuren we op kop van een grote groep. Ik vermaak me prima en het geeft een goed gevoel. In de dorpen langs de route heerst een prachtig sfeertje. Er is veel publiek en de aanmoedigingen zijn niet van de lucht. Dan zien we in de verte de snelweg hoog boven ons richting de pas lopen. De enige steile kilometer van de Brenner dient zich aan. Eenmaal ter hoogte van de snelweg is het nog een paar kilometer naar de ravitaillering op de pas. Inmiddels is het lunchtijd en dus doen we ons ruimschoots tegoed aan de soep, de broodjes, de rozijnen en wat er verder nog te snaaien valt.

Jaufenpas


Over een heerlijke weg dalen we Italie binnen. Het zonnetje schijn, de lucht is blauw, wat wil je nog meer. Bij het naderen van Vipiteno krijg ik de kriebels. Straks op de Jaufenpass ben ik van plan het gas open te draaien. Na nog een sanitaire stop in het dal begint al snel de klim. Ik wens Gerben succes voor de rest van dag en begin in aan een inhaalrace. Ik heb nog energie genoeg en ga er vol tegenaan. Op deze pas is het tijd voor revanch op mezelf. Als een mes door de boter werk ik me naar voren. Ik leef me uit als Eenoog in het land der blinden. Halverwege de mooi lopende gelijkmatige klim moet ik iets gas terug nemen, maar het grote inhaalfeest gaat door tot de top. Landschappelijk is de Jaufenpas geen topper. Het grootste deel van de klim loopt de weg door een bos. Gemotiveerd om zo hoog mogelijk in het klassement van de Jaufenpass te komen steek ik de bevoorrading 1 km voor de pas voorbij. Als 's avonds alle stof is neergedaald blijk ik de 260e tijd te hebben neergezet! Toch nog iets om een beetje trots op te zijn deze dag...


Op de top staat een snijdend koude wind. Snel schiet ik mijn jack aan, waarna ik me in de afzink stort. Die duurt eindeloos en zit vol lekkere bochten. Alleen is het wegdek nodig aan vernieuwing toe, maar dat mag de pret niet drukken. Jammer dat ik na een paar kilometer alweer rillend op de fiets zit, anders was het echt leuk geweest. Beneden in San Leonardo gaat de overtollige kledij weer uit en informeer ik thuis naar de laatste stand van zaken.

Laatste stuk Timmelsjoch


Ontspannen peddelend begin ik aan de makkelijke eerste kilometers van de Timmelsjoch . Ik ben blij met de verkenning van eergister. Het is lekker om te weten hoe een klim loopt en waar de moeilijkheden zitten. Het lijkt erop dat het weer een extra moeilijkheid zal worden, want zowel in de richting van de pas als terug richting de Jaufen zitten buien. Uiteindelijk blijkt het geluk met de langzamen en wordt Gerben en mij, in tegenstelling tot Arjan, een heroïsche afdaling in de koude hagel bespaard. Voorspoedig draai ik door de 12 tunneltjes mijn fiets tegen de berg op. Op het vals-platte stuk wat daarna volgt, merk ik dat de benen een stuk zwaarder zijn dan twee dagen geleden. Bij de bevoorrading is het tijd voor een colaatje en wat sinaasappelpartjes. In de laatste steile kilometers waar de weg in zulke mooie serpentinen tegen de rotswand gedrapeerd ligt geef ik alles wat ik nog in me heb. Zwaar, dit laatste stuk. Ik kijk uit naar de tunnel die verlossing betekent. Als ik echter de tunnel binnen draai, komt een ijskoude luchtstroom me tegemoet. Ik weet ik niet hoe snel ik voet aan de grond moet zetten om mijn jack aan te trekken! Het laatste stuk naar de top door het ruige rotslandschap stelt niet veel meer voor. Nu nog even heel beneden zien te komen en dan zit de Ötztaler in de tas.


Over een bijna droog wegdek begin ik aan de afdaling. De sterke wind staat vol op kop, dus ik blijf ver verwijderd van het snelheidsrecord van een week geleden. Net als ik aan het klimmetje naar de Mautstelle wil beginnen gaat mijn telefoon. Het is Arjan. Waar ik blijf. Hij is allang binnen, heeft gedouched en is nu naar mij op zoek in de aankomstzone. Met een supertijd van 8:54 heeft hij zijn ideale race gereden! Nadat ik gemeld heb dat het nog even gaat duren, begin ik aan het laatste obstakel voor de finish. Niet gedacht dat ik nog zou genieten van dit klimmetje! Eenmaal bij de tolpoortjes zit het klimwerk erop er is het dalen naar de finish. Ik dring niet meer aan en rijd de rit rustig uit, regelmatig ingehaald door driftig koersende medecoureurs. Even later passeer ik met gemengde gevoelens de finishboog, waar Arjan me al staat op te wachten. Ik ben blij de Ötztaler op mijn naam te hebben, maar ik mis het après-cyclo gevoel van het beste uit jezelf gehaald te hebben zoals ik na de Marmotte in 2007 wel had. Fietsen doe je met 'la tete et des jambes' om met Henri Desgrange, stichter van de Tour de France, te spreken. De benen waren prima vandaag, het hoofd had het eigenlijk in het startvak al gezien. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: ik heb een goede reden om hier nog eens terug te keren. Na het ophalen van het felbegeerde finishertricot en een goede pastamaaltijd gaan we terug naar de finish om Gerben binnen te halen. Trots, tevreden en kapot passeert hij de finish. De missie 2012 is geslaagd!