>> Homepage    >> Mijn fietsreizen    >> Overzicht beklommen cols    >> Hoogteprofielen Midden-Nederland    >> Links

Standplaats Barcelonnette

(Klik op de foto's voor een vergroting!)
Reageren? Stuur me een E-mail!



Eind juni reis ik met een aantal collega's af naar een appartement in Pra-Loup, een skioord even boven Barcelonnette. In dit populaire fietsgebied liggen de mooiste Alpencols voor het oprapen. De 2802 m hoge Cime de la Bonette en het drie-collenrondje ten zuiden van Barcelonnette zijn de grote publiektrekkers. Maar ook iets verder naar het westen, richting het Lac de Serre Ponçon, liggen beklimmingen om de vingers bij af te likken, bijvoorbeeld de zware Mont Colombis. De Col d'Agnel is het pièce de résistence: eigenlijk net iets te ver weg, maar de lokroep is onweerstaanbaar...

Op de Cime de la Bonette


Cols

In de tekst worden beklimmingen cursief weergegeven. De rode bergjes verwijzen naar het hellingprofiel en wat statistieken van de betreffende klim. Zie het col-overzicht voor informatie over al mijn beklommen cols.


Dagoverzicht

Dag 1: Cayolle - Super-Sauze - Pra-Loup
Dag 2: Bonette (2x)
Dag 3: Fillys - Garcinets - Mont Colombis
Dag 4: St Anne la Condamine - Pra-Loup
Dag 5: Vars - Agnel - Vars
Dag 6: Allos - Champs - Cayolle
99 km
134 km
71 km
43 km
204 km
127 km
2335 hm
3745 hm
2125 hm
1085 hm
4470 hm
3290 hm


Reisverslag




Col de la Cayolle

Dag 1: Cayolle - Super-Sauze - Pra-Loup | 99 km, 2335 hm
> Hoogteprofiel
> Routekaartje

We beginnen deze fietsvakantie met de beklimming van de Col de la Cayolle . Na de afdaling vanaf het huisje staan we meteen aan de voet van deze 28 km lange klim. De eerste kilometers loopt de weg vals-plat omhoog, het snel stromende water van de Bachelard tegemoet. Voorbij het dorpje Uvernet versmalt het dal zich tot een prachtige kloof en wordt het wat steiler. Een heel stuk slingert de weg langs de loodrechte rotswand. Als het dal wat breder wordt, vlakt de weg af. Bij Bayasse steken we voor de zoveelste keer de Bachelard over, waarna het zwaarste deel van de klim begint. Via een paar haarspeldbochtjes winnen we snel hoogte. Verderop kruist de weg een aantal mooie watervallen. Grote rotsblokken liggen verspreid in het gras. De omgeving wordt steeds alpiener. Kale met sneeuw bedekte bergen komen steeds dichterbij. Door een wijd dal klimt de weg naar de 2326 m hoge pas. De Cayolle blijkt een ideale klim om de vakantie mee te beginnen: niet te zwaar, een rustige weg, en schitterende natuur. Achteraf wordt de noordkant van de Cayolle herhaaldelijk genoemd in de discussie over wat de mooiste klim van de vakantie was.


Nadat we wat in de sneeuw gespeeld en lui in het gras gelegen hebben, dalen we via dezelfde weg terug af. In plaats van direct de slotklim naar Pra-Loup aan te vangen, maak ik met Adri een ommetje naar Super-Sauze . De voet van dit naburige skioord ligt in Barcelonnette. De klim begint met een lang recht stuk wat steeds steiler wordt. Voor het dorp Sauze overwinnen we een kilometer van bijna 10%, percentages die we vanochtend op de Cayolle niet tegen zijn gekomen. Op de brede weg is het zweten in de hete middagzon. Na een lichter middengedeelte klimt de weg via een wijde bocht verder naar de hotels van Super-Sauze. De eenrichtings-loop door het skioord leidt ons naar het hoogste punt, waarna we vlotjes weer afdalen naar Barcelonnette.

Pra-Loup


Een vakantiehuisje op een berg betekent dat er altijd nog een slotklim volgt. Na een venijnige kilometer klimmen richting de Col d'Allos slaan we rechtsaf de brede weg naar Pra-Loup in. De laatste keer dat deze berg in de Tour de France zat viel Joop Zoetemelk in zijn gele trui over zijn superknecht Johan van der Velde heen, die tempo aan het maken was op kop van de groep. De val bleef zonder gevolgen en de afloop is bekend. In een ongetwijfeld iets bescheidener tempo dan Joop en zijn collega's bedwingen wij de 500 hoogtemeters naar het uitgestorven skidorp. Een paar stroken van 10% vormen het zwaarste deel van de klim. Het wegdek is van uitstekende kwaliteit. Het uitzicht op Barcelonnette mag er zijn. Net als in Super-Sauze is er op de top een lusje met eenrichtingsverkeer.



Dag 2: Bonette (2x) | 134 km, 3745 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Met de wolkenloze hemel is de roep van de Cime de la Bonette niet te weerstaan. Het weer is ideaal om de hoogste asfaltweg van Frankrijk te bedwingen. Na een frisse afdaling het dal in gebruiken we de licht oplopende weg tussen Barcelonnette en Jausiers, waar de voet van de klim zich bevindt, om lekker in te fietsen. Op de brug over de Ubbaye wordt "la plus haute route d'Europe" vol trots aangekondigd. De col zelf is 2715 m hoog, maar door een extra lusje aan te leggen naar 2802 m kon men de Iseran, de Agnel en de Stelvio nipt onder zich houden. Dat de Ötztaler Gletscherstrasse in Oostenrijk nog net iets hoger is kan de pret niet drukken. Na wat foto's vertrekken we voor de 23 km lange beklimming.

Op weg naar de Cime de la Bonette


De klim naar de Bonette is behoorlijk onregelmatig. Een keer of drie, vier klimmen we in rap tempo via een aantal haarspeldbochten naar een hoger gelegen dal, waarna de weg een kilometer of wat behoorlijk afvlakt. Het ene moment fietsen we langs een rotswand, het andere moment door een wijd dal waarin een bergriviertje ons vrolijk tegemoet stroomt. Langzaam wordt duidelijk in welke richting de pas ligt. Niet ver voorbij een mooi bergmeertje verschijnen er met nog zo'n 6 km te klimmen plakken sneeuw langs de kant van de weg. Het groen van de vegetatie maakt steeds meer plaats voor een kaal rotslandschap. De legerkazerne van de Restefond ligt er verlaten bij. Even verderop verschijnt na een bocht naar links plotseling het karakteristieke Bonette plaatje: de col zelf met daarachter het nutteloze lusje asfalt dat als een strik om de bergtop gedrapeerd ligt. Het blauw van de lucht, het bruingrijs van de rotsen en het wit van de sneeuw leveren een prachtig plaatje op.

Cime de la Bonette


Het resterende stuk naar de col stijgt de weg slechts licht. Op de pas is het een drukte van belang met motoren. Het lusje naar het hoogste punt kunnen zij niet bereiken omdat een forse sneeuwschuiver midden op de weg geparkeerd staat. Met de fiets kunnen we er met enige moeite langs. De steile slotkilometer leidt ons naar een hoogte van 2802 m boven zeeniveau. Rechts van de weg verrijzen metershoge sneeuwmuren, aan de linkerkant kijken we 1000 m de diepte in. Op het hoogste punt vertelt een plaquette op een fraaie rechtopstaande steenklomp het verhaal van de col. Het was Napoleon III die in 1860 het oude muilezelpad tot militaire weg liet upgraden. Pas in 1961 kreeg de pasweg zijn huidige vorm. Ons zo goed mogelijk beschermend tegen de ijskoude wind nemen we het magnifieke panorama in ons op. Een zee van bergtoppen strekt zich voor ons uit. In onze directe omgeving niets dan kale rotsen en sneeuwvelden.


Terwijl Wouter en Rudolf de terugweg aanvangen, daal ik samen met Adri de zuidkant van de Bonette af. Halverwege warmen we ons op in het dorpje Bouseyas. In St Etienne de Tinée gaan de jackjes uit en maken we na een korte pauze rechtsomkeert voor onze tweede Bonette beklimming van de dag. Ook vanaf de zuidkant is de Bonette een beest van een col. In vergelijking met de beklimming vanuit Jausiers stijgt de weg regelmatiger. Ook is het er veel minder druk met dagjesmensen. De eerste helft van de klim volgt de weg de loop van de rivier de Tinée. Zijriviertjes die van de beboste hellingen naar beneden storten, zorgen voor enkele mooie watervallen. Inmiddels beginnen de kilometers te tellen. Ik heb moeite een lekker ritme te vinden en worstel me omhoog.

Camp des Fourches


In Bouseyas vullen we de bidons bij. De tweede helft van de klim fietsen we in eigen tempo naar de top. Langzaam rijdt Adri van me weg. Een serie haarspeldbochten brengt ons weer boven de 2200 m, waar we het bizarre Camp des Fourches treffen. De huisjes van het oude legerkamp, gebouwd tussen 1896 en 1910, zijn vervallen tot mistroostige ruïnes. De weg loopt pal tussen de gebouwen door, als ware het de hoofdstraat van een ghosttown in het Wilde Westen. De resterende 8 kilometers naar de col hervind ik mijn krachten en kan ik een lekker tempo rijden. Halverwege het lusje naar het hoogste punt, komt Adri me alweer tegemoet gedaald. Even later sta ik voor de tweede keer deze dag op het dak van de wereld.



Dag 3: Fillys - Garcinets - Mont Colombis | 71 km, 2125 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Het doel van deze dag is de steile Mont Colombis, waarvan het uitzicht op het Lac de Serre Ponçon formidabel schijnt te zijn. In de ochtend beklimmen we een tweetal colletjes ten zuiden van het meer. Omdat het eerste stuk over de drukke Route Nationale niet veel toevoegt, rijden we met de auto naar La Bréole, een ritje van 45 minuten van ons huisje in Pra-Loup.

Col des Fillys


Om half twaalf fietsen we weg van het dorpspleintje van La Bréole. Zo gauw we het dorp verlaten, begint de klim naar de Col des Fillys . Het hooggebergte heeft hier plaatsgemaakt voor een soort Ardennenlandschap. Door bossen en weidevelden klimt de weg behoorlijk steil omhoog. Een kilometerbordje langs de kant kondigt een kilometer van 5% aan, maar van afvlakken is geen sprake. Dan bereiken we een tussencolletje -Col de Charamel, 1212m- waarna het even flink naar beneden gaat. Na een gemeen bochtje naar links waar ik me lichtjes op verkijk, volgt het laatste stuk naar de col waar we uitkijken over een gemoedelijk golvend heuvellandschap.

Col des Garcinets


Over slecht wegdek stuiteren we naar beneden. Even fietsen we langs de rivier de Blanche, die zich hier een flink stuk in het gesteente heeft ingegraven. Via een klein weggetje steken we de rivier over, waarna we aan de klim naar de Col des Garcinets beginnen. De weg loopt langs een donkergrijze lijstenen rotswand. Het gesteente is enorm gevoelig voor erosie: het dal aan onze rechterhand is bezaaid met schilfers en kleine rotsblokken. Het wegdek is een grote gatenkaas. Via een paar mooie haarspeldbochtjes klimmen we het dal uit naar de col. Steil is het niet. Met een procentje of 4 houdt het wel op. Een leuk tussencolletje!

Demoiselles Coiffées


Bij de Intermarché van Remollon eten we een taartje en gieten we een cola naar binnen. Met nieuwe energie zetten we koers naar het hoofdgerecht van vandaag: de gevreesde Mont Colombis . Kilometers van 12 - 13 % werpen hun schaduw reeds vooruit. In een behoudend tempo leggen we de eerste kilometers af. Na een bijzonder bochtje in het slaperige dorpje Théus lijkt de weg recht de hemel in te klimmen. Met korte bochtjes wringt de weg zich over een bergkammetje steil omhoog. Het middengedeelte van de klim zorgt voor een welkome pauze. Met een gematigde 5 tot 7% maakt de weg hier door een open landschap een grote bocht. Als het weer wat steiler wordt, volgt al gauw het uitzichtspunt bij de aardpyramides. We kijken uit over een dal vol met merkwaardige, door erosie gevormde rotstorens. Op de top ervan ligt meestal een groot blok graniet. De Fransen spreken over Demoiselles Coiffées, meisjes met de mooie kapsels. De legende wil dat een aantal om hun schoonheid beroemde meisjes uit het dorpje Théus op een avond uit dansen gingen. Helaas, toen de klok in het dorp middernacht sloeg klonk een ijselijke duivelse gil waarop de meisjes in een oogwenk versteenden. Het dal waarover we uitkijken heet dan ook toepasselijk Salle de Bal des Demoiselles Coiffée.

Lac de Serre Ponçon vanaf de Mont Colombis


Mooi en aardig allemaal, maar we waren hier om de Mont Colombis te bedwingen. De top lijkt inmiddels al aardig dichtbij en qua afstand komen we ook in de buurt. Een blik op de hoogtemeter maakt echter pijnlijk duidelijk dat ons nog zware kilometers staan te wachten. De een na laatste kilometer spant de kroon met 13% gemiddeld. Echt regelmatig is het niet, er zitten dus nog flink steilere stukjes tussen. Chapeau voor Rudolf, die zich hier met zijn 32/23 omhoog worstelt! Voorbij een veerooster fietsen we door een prachtige bloementuin. Niet veel later passeren we het hoogste punt bij de zendmasten op de top. Een paar honderd meter verder ontvouwt zich een weergaloos panorama op het Lac de Serre Ponçon. Misschien is dit wel het mooiste uitzicht wat ik ooit op de top van een klim voorgeschoteld heb gekregen. Op het muurtje met de drie uitzichtstafels is het puur genieten.



Dag 4: St Anne | 43 km, 1085 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Zoals wel vaker ben ik na drie dagen fietsen in de bergen compleet afgedraaid. Tijd voor een rustig dagje dus. Na het ontbijt vertrek ik met Rudolf en Wouter per auto naar de voet van de Col de Vars. Mijn pijlen zijn vandaag gericht op de klim naar St Anne la Condamine . Terwijl mijn twee metgezellen de eerste meters van de bekende Tourcol bedwingen, peddel ik terug naar La Condamine-Châtelard, waar de klim naar St Anne begint. Het smalle dal van de Ubbaye wordt hier beheerst door het Fort de Tournoux, bijgenaamd het "Militaire Versailles van de negentiende eeuw". Aangelegd om de Italianen uit Frankrijk te houden, ligt de complexe verzameling fortificaties als een Tibetaans klooster hoog tegen de berghelling gedrapeerd.

La Condamine en het Fort de Tournoux


De klim naar St Anne la Condamine is er niet een die je eventjes doet. Toegegeven, het hoogteverschil en de lengte zijn bescheiden in vergelijking met de Alpenreuzen in de buurt, maar de steilste kilometer benadert de 11%. In rustig tempo klim ik boven La Condamine uit. Er ontvouwt zich een prachtig uitzicht op het dorp en het dal van de Ubbaye dat zich even verderop splitst: links gaat het naar de Col de Vars, rechts naar de Col de Larche. De klim laat verder geen bijzondere indruk op me achter. De weg is compleet verlaten. Het dorpje St Anne blijkt een skioord te zijn waar 's zomers echt geen mens te bekennen is. Anderhalve kilometer voor het dorp is de afslag naar de mythische Col de Parpaillon, een droomcol die ik graag nog eens zou bedwingen. In 12 onverharde kilometers klimt een gravelweg door een ongetwijfeld machtig Alpenlandschap naar de ijskoude tunnel op 2637 m. Geen doen echter met de racefiets, dus ik laat de afslag braaf rechts liggen.


Weer beneden in La Condamine fiets ik via Jausiers over de Route Nationale terug naar Barcelonnette. De slotklim naar Pra-Loup is een moetje. Toch fiets ik nog even door naar Pra-Loup 1600 om de 1000 hm vol te maken. Om 2 uur ben ik weer terug bij het huisje. Een lekker dagje zo tussendoor.



Dag 5: Vars (2x), Agnel | 204 km, 4470 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Vandaag is een dag met een missie: de Col d'Agnel moet eraan geloven. Oorspronkelijk zou ik met Adri het rondje over de Vars en de Pontis doen, maar na het ontspannen tochtje van gister kon ik het niet laten eens uit te rekenen hoe ver een heen-en-weertje naar de Agnel zou zijn. Al jaren staat deze col hoog op mijn verlanglijstje. De conclusie: het wordt een pittige tocht, maar het is te doen.

Col de Vars


Rijkelijk laat vertrek ik met Adri richting de eerste hindernis van de dag, de zuidkant van de Col de Vars . Van Barcelonnette naar de voet klimt de Route Nationale stiekem bijna 200 meter. Werkzaamheden aan de rotswand vlak voor La Condamine zorgen voor 10 minuten oponthoud. Even verderop slaan we de weg naar de Vars in. Het eerste deel van de klim stelt niets voor. De weg door het af en toe erg smalle dal van de Ubbaye stijgt slechts met enkele procenten. Bij het dorpje St Paul wordt het voor het eerst serieus klimmen. Een paar bochten verder wordt het plotseling volkomen vlak. Het is alsof de berg even een adempauze neemt, want na een paar honderd meter gaat het tussen de huizen van Melezen opeens steil omhoog. Na een paar haarspeldbochten en een kilometer van dik 10% vlakt het iets af, maar het blijft steil tot de top. Onderweg is het genieten van het ruige en weidse berglandschap.


Na een korte pauze op de top dalen we af naar Guillestre. Langs de indrukwekkende kloven van de rivier de Guil gaat het vervolgens 20 km vals plat omhoog. We beginnen 'm een beetje te knijpen voor het weer. Recht voor ons sluiten donkere wolken het dal af. Met een zwaar gemoed fietsen we de afslag naar de Izoard voorbij en naderen we Château Queyras. Het strategisch op de rotsen gelegen fort beheerst de hele vallei. Al in de Middeleeuwen stond op deze plaats een kasteel.

Terugblik vanaf de Col d'Agnel

Col d'Agnel


Na twee voorlopig laatste vlakke kilometers bereiken we de afslag naar de Col d'Agnel . Meteen na het oversteken van de Guil begint de weg te stijgen. De stijgingspercentages worden netjes elke kilometer aangegeven. Sommet à 20.9 km, meldt het eerste bordje. Gelukkig voor ons ziet de lucht er in de richting van de Agnel een stuk lichter uit dan in het dal dat we zonet verlaten hebben! Langs beboste berghellingen klimt de weg gestaag naar het dorpje Molines-en-Queyras. Rechts van de weg staat een eenzame Demoiselle Coiffée. Voorbij de smalle straatjes van Molines worden de bomen schaarser. We komen dan ook alweer dichtbij de 2000 meter grens. Na nog een tweetal dorpjes gepasseerd te zijn, volgt het middenstuk van de klim waarin de weg amper stijgt. Het slotstuk van de klim is magnifiek. Door een desolaat landschap stijgt de weg in rap tempo naar de col, die je al van ver kunt zien liggen. De laatste 5 km zijn met 9% gemiddeld pittig steil. Een ijskoude wind waait ons om de oren. Na haarspeldbochten naar links blaast de wind ons recht in het gezicht, na haarspeldbochten naar rechts hebben we hem comfortabel in de rug. Via een flinke lus bereiken we omringd door kale rotsen en sneeuwvelden de 2744 m hoge pas. Het is 4 uur 's middags, we hebben 100 km op de klok. Nog 100 te gaan, maar het grote doel is alvast bereikt!

Gorges du Guil bij Guillestre


Na een blik op de steile Italiaanse kant van de klim geworpen te hebben, zetten we snel de afdaling in. Via een pitstop bij de supermarkt aan de voet, snellen we terug naar Guillestre. Tussen ons en Barcelonnette liggen nog de meer dan 1000 hoogtemeters van de noordkant van de Col de Vars . Na de al geleverde inspanningen zie ik best op tegen de bijna 20 km lange klim. Adri klimt in een stevig tempo voor me uit. Met mijn blik strak op zijn achterwiel gericht bedwingen we het eerste steile gedeelte. Het panorama op Guillestre en de dreigende forten van Mont-Dauphin is de moeite waard. Op de achtergrond zorgen de hoge besneeuwde bergen van het Massif des Ecrins voor een passend decor. Eenmaal tussen de lelijke skidorpen volgt het makkelijke middenstuk van de klim, waarin het af en toe zelfs even naar beneden gaat. De laatste kilometers zijn weer wat steiler, maar met de top in zicht gaat het allemaal een stuk makkelijker. Na de skidorpen heerst hier weer de wilde natuur. Langs een paar mooie bergmeertjes bereiken we even voor half acht de col.





Col d'Allos



Dag 6: Allos - Champ - Cayolle | 127 km, 3290 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Ondanks de inspanningen van gister staat er voor vandaag weer een flinke rit op het programma. We gaan op voor het klassieke Barcelonnette rondje, over de Col d'Allos, de Col des Champs en de Col de la Cayolle. In 2002 reed ik op mijn eerste sportfietsje exact hetzelfde rondje (klik hier voor mijn ervaringen toen). De Allos is een mooie klim om mee te beginnen. Kilometers van 6 en 7% wisselen elkaar af. In het midden van de klim, waar met een flinke lus een zijdal overgestoken moet worden, is het iets minder steil. De smalle weg kronkelt grotendeels door het bos omhoog, hoewel ook een stuk langs een fraaie rotswand voert. Eenmaal het zijdal overgestoken wordt de 2000 meter grens geslecht, waarna zich een prachtig panorama ontvouwt. Honderden meters lager zien we de weg naar de Cayolle door het dal kronkelen. Daarachter wenkt in de verte het karakteristieke topje van de Cime de la Bonette. De laatste kilometers ben ik druk bezig een hongerklop te bestrijden. Na de lange dag van gister zijn de energievoorraden duidelijk onvoldoende aangevuld. Zij aan zij met Wouter bereik ik de top, waar zoals verwacht weer een fris windje staat.

Col des Champs


In het eerste technische deel van de afdaling worden we gehinderd door kamikaze marmotten. De dikke knaagdieren wachten langs de kant van de weg argeloze wielrenners op om dan zo dicht mogelijk voor het aanstormende voorwiel de weg over te schieten. Voorbij het typische skidorp La Foux-d'Allos wordt de weg een stuk breder en wordt het steeds minder steil. Na een cola in het volgende dorp dalen we verder richting Colmars. Vlak voor het dorp missen we bijna de sneaky afslag naar de Col des Champs . In rap tempo klimmen we boven het 17e eeuwse fort uit, wat hier over het dal van de Verdon waakt. Bij de aanleg van de smalle weg door het bos is kwistig met haarspeldbochten gestrooid. Na een korte adempauze halverwege trekt de klim flink door richting boomgrens. De brede col wordt bereikt door een aardige passage langs een loodgrijze rotswand. In plaats van een duidelijke top is er eigenlijk sprake van een grote alpenweide. Het colbordje bevindt zich even na het hoogste punt.

Col de la Cayolle


In tegenstelling tot de klim voert de afdaling over een brede weg met goed asfalt. Op een klein hupje na gaat het crescendo naar beneden. De afdaling besluit met een paar korte haarspeldbochtjes en een lang recht stuk, waarna we St Martin d'Entraunes binnenvliegen. Als we allemaal beneden zijn en wat repen naar binnen gewerkt hebben, beginnen we aan alweer de laatste klim van deze vakantie. De pasweg naar de zuidkant van de Col de la Cayolle brengt ons naar de bronnen van de rivier de Var. De eerste 5 km tot het dorp Entraunes valt het met het klimmen nog mee. Als de weg daarna serieus begint te stijgen overvalt me al snel een dreigend hongergevoel. Ik stap af, maak wat fotootjes en werk mijn laatste twee energierepen naar binnen. Dat zet natuurlijk niet echt zoden aan de dijk, dus met gemengde gevoelens begin ik aan de resterende 900 hoogtemeters naar de top. De oversteek van de Var zorgt enkele honderden meters voor wat verlichting. De daaropvolgende haarspeldbocht biedt een spectaculaire terugblik op het dal. Een bochtig tunneltje op 4 km voor de top leidt de finale in. Terug in het daglicht zie je de laatste serie haarspeldbochten naar de top slingeren. Bijna tegelijk met Rudolf arriveer ik na een dik uur afzien op de top, waar we snel een jackje aanschieten tegen de kou.


Ging ik gister na dik 200 km en 4000 hm nog als de brandweer op onze slotklim naar Pra-Loup, vandaag heb ik geen zin om de held uit te hangen. Verkleumd en leeg stap ik onderaan de berg in de auto. Alle credits voor Adri, die ook vandaag per fiets naar het appartement klimt. Onder het genot van een eenvoudige doch vanzelfsprekend voedzame maaltijd kijken we even later na een lekkere warme douche terug op een geslaagde fietsweek!