>> Homepage    >> Mijn fietsreizen    >> Overzicht beklommen cols    >> Hoogteprofielen Midden-Nederland    >> Links

Franse Alpen

(Klik op de foto's voor een vergroting!)
Reageren? Stuur me een E-mail!

De Galibier, de Izoard, Alpe d'Huez en de Madeleine. Tijdens onze twee weken durende fietsvakantie zochten Niels en ik zoveel als mogelijk de grote Alpencols op. Onder andere de net genoemde werden beklommen.
De eerste plannen voor een gezamenlijke fiets-trip in de Alpen ontstonden in oktober 2001, 29 juli van het jaar daarop was het zover. Met Cycletours reisden we af naar Zuid-Frankrijk, de vakantie was begonnen. Vanaf Suze-la-Rousse, midden in de Provence, trokken we eerst een stuk naar het oosten. Via de schitterende Gorge du Verdon kwamen we zo dicht in de buurt van de Frans-Italiaanse grens. Verder naar het noorden volgden de grote Alpencols elkaar in snel tempo op. Na heel wat hoogtemeters vertrokken we op 14 augustus met Cycletours weer richting Nederland. Vanuit Annecy dit keer.

kaartje Franse Alpen

Cols

Van de in de tekst cursief gedrukte beklimmingen zijn in het col-overzicht wat statistieken over de lengte, de hoogte en de moeilijkheidsgraad opgenomen.

Hoogtepunten

Klikken op een van de hoogtepunten brengt je meteen naar het betreffende deel in het reisverslag hieronder.
Dag 1: Suze-la-Rousse - Bédoin
Dag 2: Bédoin - Manosque
Dag 3: Manosque - Castellane
Dag 4: Castellane - Annot
Dag 5: Annot - Annot
Dag 6: Annot
Dag 7: Annot - Isola
Dag 8: Isola - Barcelonnette
Dag 9: Barcelonnette - Barcelonnette
Dag 10: Barcelonnette - Chantemerle
Dag 11: Chantemerle - Bourg d'Oisans
Dag 12: Bourg d'Oisans - Bourg d'Oisans
Dag 13: Bourg d'Oisans
Dag 14: Bourg d'Oisans - La Bàthie
Dag 15: La Bàthie - Sevrier
74km
102km
99km
88km
146km
0km
95km
75km
120km
113km
78km
68km
0km
123km
55km
(Mont Ventoux)
(Plateau de Vaucluse)
(Gorge du Verdon)
(Toutes Aures / Buis)
(Gorges du Cians)
(rustdag)
(Couillole)
(Bonette)
(Allos / Champs / Cayolle)
(Vars / Izoard)
(Galibier)
(Alpe d'Huez / Les Deux Alpes)
(rustdag)
(Croix de Fer / Madeleine)
(Meer van Annecy)


Reisverslag

Dag 1: Suze-la-Rousse - Bédoin (Mont Ventoux)

Voor een fietsvakantie in de Alpen is Suze niet het meest voor de hand liggende startpunt. Het kleine rustige plaatsje ligt zo'n 20 kilometer ten noorden van Orange. Een flink eind uit de buurt van de grote alpencols. Maar ook hier in de buurt kan er geklommen worden. Nog voordat de bus ons afzet zien we 50 kilometer naar het zuidoosten een grote puist in het landschap verrijzen. Tussen de Alpen en de Pyreneeën verheft zich daar de Mont Ventoux. Een eenzame berg, omgeven door verhalen en mythen. Petrarca beklom hem, dichters bezongen hem en Simpson haalde de top niet. Le Géant du Provence, wordt hij hier genoemd.


Naarmate we dichter bij de berg komen, rijst hij steeds hoger op uit het landschap. Met het observatoire op de top is het een geweldig gezicht. Het is nog vroeg en nog niet erg heet, maar het is duidelijk dat het dat wel zal worden vandaag. In Vaison la Romaine, het oude stadje met de Romeinse ruïnes, doen we inkopen. Tussen Malaucène en Bédoin bedwingen we ons eerste colletje, de Col de la Madeleine. Inmiddels is het al erg warm geworden. In Bédoin zetten we op een camping de tent op. Na de lunch vertrekken we voor de beklimming van de Mont Ventoux.

Mont Ventoux


De eerste vijf kilometers van de in totaal 21 zijn goed te doen: de helling bedraag zo'n 5%. Ter linkerzijde verheft zich bijna dreigend de eenzame berg. Hij lijkt iets uit te stralen van "kom maar op". De top ligt zo'n 1500 meter boven ons. Ik merk dat ik niet echt lekker in mijn vel zit en begin een beetje bang te worden voor het tweede deel van de klim: de acht kilometers door het bos, met een constant stijgingspercentage rond de 10%. In St Estève draait de weg naar links en wordt het opeens zeer steil. Al snel moet ik Niels laten gaan. In het kokendhete bos kom ik amper vooruit. Enkele kilometers voor Chalet Reynard geef ik gedesillioneerd op. Ik wil deze berg opfietsen en dat is wat anders dan wat ik nu aan het doen ben. Achteraf was het ook niet slim om na een vermoeiende busreis meteen de Ventoux uit te dagen, nogwel in de brandende middaghitte. Bovendien is mijn voorbereiding op deze vakantie niet optimaal geweest en laat mijn conditie ook nog het een en ander te wensen over. Terug op de camping begint het lange wachten op Niels. Hij is wel op de top geweest. Klik hier voor een meer geslaagde beklimming van de Ventoux tijdens mijn volgende fietsvakantie.



Dag 2: Bédoin - Manosque (Plateau de Vaucluse)

Na het ontbijt met vers gekocht brood op een pleintje in Bédoin fietsen we richting het zuidoosten. In de begroting zijn voor oversteek naar de Alpen twee dagen gereserveerd van tegen de 150 kilometer. Al snel verzoenen we ons met het idee dat dat er drie zullen worden. Als er geen cols zijn, betekent dat allerminst dat het vlak is. En vlak is het zeker niet. We beginnen al gelijk met colletje van 700 hoogtemeters, de Col des Abeilles. Steil is het niet en in de ochtendlucht is het een heerlijk begin van de dag. Ik ga lekker omhoog. Iets van mijn zelfvertrouwen komt weer terug. Dat heeft gisteren toch een behoorlijke deuk opgelopen. Een heerlijk rustig weggetje voert ons naar de col.

Sault


Als we afdalen krijgen we een prachtig panorama voorgeschoteld. Beneden in de verte ligt Sault, omringd door paarse lavendelvelden. Als we afgedaald zijn merken we dat ons ontbijt alweer verbrand is. We lunchen in de berm en bezinnen ons op de te volgen route. We zijn in de Vaucluse en fietsen over het gelijknamige plateau. Via weidse akkers en het dorpje St Christol vervolgen we onze weg. In St Christol doen we een poging om wat eten in te kopen. Maar zoals in zoveel Franse dorpjes wordt er ook hier uitgebreid siësta gehouden: pas om drie uur gaat het winkeltje weer open. Gelukkig kunnen we wel even onze bidons bijvullen bij een fonteintje. We worden omgeven door als paddestoelen uit de grond schietende cumuluswolken. Gezien het formaat verwondert het me eigenlijk dat het niet tot een uitbarsting komt.

Simiane-la-Rotonde


In de afdaling van het plateau rijden we door een schitterend tegen de helling gelegen dorp. Simiane la Rotonde lijkt met zijn oude gebouwen en zijn bouwstijl op een goed geconserveerd middeleeuws vestingstadje. Over een smal en rustig weggetje fietsen we naar het zuiden. Na het dorpje Opedette krijgen we uitzicht over onze eerste gorge. Diep beneden ons baant de Calavon zich een weg door de kloof. Door eenvoudige waarneming stellen we vast dat de gorge zo'n 80 meter diep is. Het diepste punt ligt nog wat lager. Met de bergkam van de Luberon recht vooruit, fietsen we omringd door geurende lavendelvelden verder door het zich in de warmte koesterende landschap van de Provence.



Dag 3: Manosque - Castellane (Gorge du Verdon)

Net op het moment dat we op willen staan horen we zacht getik op de tent. Regen. Langzaam gaat het harder. Als we opgebroken hebben en in Manosque de voorraden bijvullen plenst het. Nadat de neerslag minder hevig is geworden gaan we verder. Met alle tassen goed ingepakt steken we de Durance over. 15 Kilometers vals plat naar Valensole volgen. Na dit dorpje, waar we even schuilen bij een garage, fietsen we verder door een bos over smalle wegen en erg golvend terrein.

Gorge du Verdon (Point Sublime)


Langzaam wordt het lichter. Als we tegen lunchtijd in Riez aankomen is het droog. Vanuit Riez fietsen we verder naar het oosten. Na het dorpje Moustiers, dat schitterend tegen de omhoog rijzende rotsen geplakt ligt, krijgen we zicht op het Lac de Ste Croix. De Gorge du Verdon mondt uit in de oostpunt van dit meer. We besluiten over de noordrand van de gorge te rijden. De weg stijgt langzaam en steeds imposantere panorama's ontvouwen zich voor onze ogen. Het hoogste punt wordt gevormd door de Col d'Ayen. Een vergelijking met de Grand Canyon kan onze kloof niet aan, maar op een bepaald punt kan je toch wel 700 meter loodrecht naar beneden kijken. Bij het Point Sublime moeten we goed zoeken voordat we in de diepte de Verdon vinden. Door een nauwe kloof stroomt de rivier naar het westen. Al fietsend dalen we steeds meer af naar rivierniveau. Na enkele kilometers wijken de wanden van de kloof en rijden we verder door een breder rivierdal. Veel campings in de buurt van Castellane -dik 10 kilometer verder- zijn 'complet', maar op enkele kilometers van de stad kunnen we toch onze tent opzetten.





Lac de Castillon



Dag 4: Castellane - Annot (Toutes Aures / Buis)

Sinds gistermiddag heeft Niels nogal last van z'n rechterknie. We vermoeden dat doorrijden niet goed is en dat rust weleens de enige oplossing kan zijn. Desondanks besluiten we toch te vertrekken en gewoon te zien hoe het gaat. Maar al na het klimmetje naar het stuwmeer van Castillon wordt duidelijk dat het niet verstandig is om verder door te rijden. We besluiten om de Col de Toutes Aures nog te beklimmen en daarna een camping uit te zoeken. Terwijl we langs het meer fietsen, zie ik in de verte de weg naar de col omhoogkruipen. Tijdens deze klim krijgen we een geweldig uitzicht op het diepblauwe stuwmeer achter ons. Langzaam verdwijnt het verder in de diepte.


Terwijl Niels 's middags op de camping blijft, maak ik nog een rondje in de omgeving. Mijn eerste doel is de Col de Félines. De weg naar de voet van de col, in Entrevaux, voert door het dal van de Var. Hoog boven Entrevaux ligt tegen de noordelijke dalwand een oud fort geplakt. Vanaf het dorp, op de bodem van het dal, voert een soort Chinese Muur al zig-zaggend naar het bouwwerk. Middenin het drukke dorpscentrum verlaat ik de doorgaande weg. Smalle verlaten bergweggetjes vormen het decor voor de komende paar uur. Al meteen in Entrevaux gaat het steil omhoog. Met 13% kronkelt de weg zich in korte haarspelden naar boven. Meer en meer kom ik op gelijke hoogte met het bouwsel aan de overkant van het dal. Het blijkt een product van de bouwmeester van Lodewijk de Veertiende te zijn. Gelukkig wordt de klim al na twee kilometer minder steil. Met het steile stuk achter de rug kan ik dan ook in een gestaag tempo doorklimmen naar de top.


In de wijde omtrek is niets te bekennen. Ik ben alleen met het gras, het bos en de sprinkhanen. Na een korte afdaling volgt onmiddelijk de verschrikkelijk steile Col du Buis. Het maximale stijgingspercentage bedraagt 19%. Met veel pijn en moeite slinger ik over het smalle bosweggetje richting col. Op de top word ik niet beloond met een mooi uitzicht, ik moet het doen met een simpel bordje. Na een korte stop op de col maak ik rechtsomkeer. Terug bij het bruggetje aan de voet van de col, sla ik linksaf naar de Col de Laval. Het enige zware aan dit pasje is dat mijn beide bidons inmiddels leeg zijn. Gelukkig kan ik na enige tijd water tanken bij een vriendelijke, wat oudere man, die in zijn eentje een verlaten school bewoont.





Gorges du Cians



Dag 5: Annot - Annot (Gorges du Cians)

Weer in mijn eentje verlaat ik de volgende morgen al vroeg de camping. Over de drukke N202 gaat het in hoog tempo vals plat naar beneden. Na een uurtje sla ik linksaf en meteen bevind ik mij in een smalle kloof. Links en recht rijzen de wanden hoog op. De rivier de Cians heeft zich in de loop der jaren diep in het kalksteen ingeslepen. Het fietsen op de bodem van dit ravijn is een indrukwekkende ervaring. Op de wanden zijn mooie plooien in het gesteente te zien. Hier en daar druipt water van de rotsen naar beneden. De eerste kilometers, door de nauwe kloof, stijgen beheerst. Vanaf het dorpje Pra-d'Astier wordt het serieuzer: enkele kilometers lang stijgt de weg door de steeds wijder wordende kloof met 9%. Het bovenste gedeelte van de gorge bestaat uit grijze en rode schist. Als de weg weer wat minder steil wordt vergaap ik mij aan de fantastische tinten rood en grijs van het landschap waar ik doorheen fiets. Een aantal keren worden fietsers omgeleid als het autoverkeer gebruik maakt van een nieuwe tunnel. Mooiste punt van de gorge is de Grande Clue. Hier naderen de rotswanden elkaar tot op een meter afstand en loopt de weg over een soort uitgehakt balkon. Terwijl het water van de rotsen sijpelt maak ik een foto.


Via de Col de la Couillole en drukke N-wegen fiets ik terug naar Annot. Bij Pont de Clans wil ik een weggetje binnendoor pakken om even van de grote weg af te zijn. Bovendien snijd ik zo een stuk af. Dat dit voordeeltje direct weer teniet gedaan wordt doordat er geklommen moet worden maakt me niet uit. De laatste 50 kilometer leg ik noodgedwongen met een gebroken spaak af. Na een lange dag ben ik tegen vijven terug op de camping waar Niels met succes voor kok speelt.



Dag 6: Annot (rustdag)

Met een heerlijk zonnetje genieten we van onze eerste rustdag. De camping waar we zitten heeft een soort van bibliotheekje. Mijn col voor vandaag bestaat uit het lezen van 'Beekman en Beekman'. Vlot fiets ik door het boek en 's avonds zet ik de klassieker met een voldaan gevoel weer in de kast.





Afdaling Col de la Couillole



Dag 7: Annot - Isola (Couillole)

De rust van de afgelopen dagen heeft de knie van Niels goed gedaan. We gaan het weer proberen vandaag. Het eerste gedeelte van de etappe komt overeen met wat ik twee dagen geleden heb gefietst: door de Gorges de Cians en over de Col de la Couillole. De afdaling van deze col voert door een majestueus landschap. Vanaf de col volgen we een diep uitgesneden rivierdal. In de richting van St Saveur zijn prachtige vergezichten te zien. Het dorpje Roubion ligt als een arendsnest op de rotsen. Beneden, in St Saveur, steken we de Tinée over en slaan we linksaf richting Isola. Rustig leggen we de laatste kilometers langs de Tinée af. In een watervalletje langs de kant van de weg is een prachtige dubbele regenboog te zien. Bij het maken van een foto hiervan blijft er gesmolten asfalt aan mijn schoenen plakken. Het is weer behoorlijk warm vandaag.



Dag 8: Isola - Barcelonnette (Bonette)

Gisteravond was het prachtig zonnig weer. Maar in de nacht is het gaan regenen. We blijven dus maar wat langer in de tent liggen in de hoop dat het wat beter wordt. En gelukkig wordt het rond een uur of negen droog. Langs de Tinée rijden we naar het noorden. Het gaat parallel aan de grens met Italië, die vijf kilometer verder naar het oosten ligt. De weg loopt nog vals plat omhoog. Na een klein uurtje fietsen arriveren we in St Etienne (op 1147 meter). Hier begint de klim naar de Cime de la Bonette officieel. Nog 25 kilometer klimmen. We eten wat koekjes en krijgen van een pessimistische autochtoon te horen dat we nat gaan worden. Een blik in de richting van de col stelt ons ook niet gerust, maar we hopen er het beste van.

Cime de la Bonette


De eerste 10 kilometer tot Le Pra vallen nog relatief mee (gemiddeld 5-6%), daarna wordt het nog iets steiler. Langzaam klimmen we door het rijk beboste dal van de Tinée omhoog. Er verschijnen steeds meer open plekken. We komen dichterbij de boomgrens. In een gehucht op 1880 meter stoppen we voor de lunch. De nederzetting bestaat uit een kerk en een paar huizen. De temperatuur is inmiddels zover gedaald dat we een trainingsjackje aandoen. Het is niet druk op de pasweg. Rustig klimmen we tussen de bergweiden naar boven. Langzaam klimmen we boven de ons omringende bergtoppen uit. Prachtige panorama's zijn het gevolg. We maken ons op voor de laatste kilometers. Af en toe valt er wat neerslag naar beneden, maar gezien de omstandigheden van vanochtend valt het erg mee met het weer. De col is in de verte al te zien. Op de col is het koud, het regent er licht en er staat een gure wind. We gaan snel nog verder omhoog, naar de Cime de la Bonette. Om de status van hoogste asfaltweg van de alpen te behouden heeft met een volkomen nutteloos rondje om een aangrenzende berg gelegd. Door werk aan de weg bestaat de weg momenteel echter voor het grootste gedeelte uit grind. Bovengekomen hebben we een geweldig uitzicht. We staan niet alleen op het dak van onze tocht, maar ook een beetje op het dak van de omgeving.


Nu de top bereikt is, wil ik nog maar een ding: snel afdalen naar comfortabeler oorden. Enkele kilometers onder de top wordt de weg ons versperd door een kudde schapen. Tientallen op de flanken van de berg grazende dieren steken in groepen de weg over. We manoeuvreren tussen het vee door en geven we gas in de afdaling. Na een scherpe bocht is het vaak even goed uitkijken van welke kant de harde wind nu weer komt. Over een drukke weg fietsen we naar Barcelonnette. Het vinden van een camping levert dan ook geen problemen op.



Dag 9: Barcelonnette - Barcelonnette (Allos / Champs / Cayolle)

Met slechts de hoognodige bagage bij ons laten we de camping achter ons voor ons 'rondje Barcelonnette'. Deze klassieke rondrit voert over een drietal cols ten zuiden van Barcelonnette. Al snel staan we aan de voet van de eerste, de Col d'Allos. Met een nog koude motor vind ik het moeilijk om in mijn ritme te komen. Door de bossen van het departement Alpes de Haute Provence komen we langzaam hoger. Het uitzicht naar links is schitterend. We zien hoe de afdaling van de Cayolle, de derde col van vandaag, zich door het dal naar beneden slingert. Op de col is het flink wat frisser dan beneden in het dal en een trainingsjack bewijst dan ook goede diensten.


In Colmars hebben we even moeite om de afslag naar de Col des Champs te vinden. We blijken er voorbij gereden te zijn. Als we dit eenmaal doorhebben zitten we snel op de goede weg. De Col des Champs is een afgelegen col met weinig verkeer, ligt midden in de ruige natuur en heeft een tot de verbeelding sprekende naam. De kwaliteit van het wegdek is iets minder, maar dat mag de pret niet drukken. Midddels een 10-tal korte haarspeldbochten klimmen we snel boven Colmars uit. Inmiddels ben ik aardig op temperatuur gekomen. In het zonnetje gaat het in een lekker tempo omhoog. Onder een helder blauwe hemel fietsen we ontspannen over de flanken van de col. De weg voert door een geurend naaldbos, in de verte wenken kale toppen. Boven de boomgrens wordt het bos vervangen door rotspartijen en bergweiden. Na een perzik op de top zetten we de afdaling in.

Waterval onderin de klim naar de Cayolle


De Col de la Cayolle is de laatste en tegelijk zwaarste col van de dag. Vanaf Entraunes gaat het 15 kilometer met dik 7% omhoog. De klim naar de Cayolle loopt door het dal van de rivier de Var, waar we enkele dagen geleden ook al doorgefietst zijn. De 2000 hoogtemeters van de vorige cols en de brandende zon maken deze col tot een typisch geval van "hot and heavy". Enkele kilometers voor de top krijgen we een prachtig uitzicht op het dal waar we net uitgeklommen zijn. Na een ruime pauze op de top dalen we weer af naar BArcelonnette. Het begin van de afdaling is steil, het onderste deel voert door een gorge-achtig rivierdal van alweer grote schoonheid. We passeren de afslag naar de Col d'Allos en grappen over nog een rondje.



Dag 10: Barcelonnette - Chantemerle (Vars / Izoard)

Door het dal van de Ubaye fietsen we richting Italië naar de voet van de Col de Vars, 17 kilometer voor de grens. Het geeft een lekker gevoel dat alle spaken van mijn fiets weer goed vast zitten. Gister heb ik die even laten maken bij een fietsenmaker in Barcelonnette. Het begin van de Col de Vars stelt weinig voor. De weg stijgt slecht met enkele procenten. Dan gaat de weg opeens met 14% omhoog. Staande op de pedalen moeten we behoorlijk ons best doen om enige snelheid te houden. Tijdens een korte pauze maken we een praatje met een Duitser die ook aan het trekken is. Hij volgt de laatste dagen ongeveer hetzelfde traject als wij. Het wordt iets minder steil. Door de extreme stijging van de laatste kilometers voelt 8 a 9% als net niet vlak. Als we boven zijn hebben we weer een tweeduizender aan het rijtje toegevoegd.


De afdaling van de Vars is ideaal: op een lekker wegdek en een brede weg loopt de snelheid weer aardig op. Dat mag ook wel, want we hebben nog heel wat voor de boeg. In de afdaling van de Vars krijgen we een fantastisch uitzicht over de bijna 4000 meter hoge, met sneeuw bedekte toppen van het Massif des Ecrins. Het dal van de Durance op de voorgrond, met het stadje Guillestre, geeft nog extra kleur aan het panorama.


Door de kloof van de rivier de Guil gaan we langzaam stijgend op weg naar de voet van de Izoard. We fietsen langs de rotswand. Het natuurschoon is wederom adembenemend. In de kolkende rivier onder ons vieren rafters hun waterballet. Bij de afslag naar de col, vlak voor Château Queyras, spreken we alweer een Duitser. Met hem bespreken we onze kansen om droog de berg over te komen. Over de bergen in het zuiden lijken donkere wolken dichterbij te komen. Weer is het eerste gedeelte van de klim niet al te steil. We fietsen stroomopwaarts door een breed rivierdal wat langzaam hoogte wint. Groene weilanden strekken zich uit aan beide kanten van de weg. Al vrij snel zijn we in Arvieux. Als ik het vervolg van de weg overzie, denk ik dat het wel meevalt. Dat blijkt echter tegen te vallen. De lang, bijna rechte weg door het brede dal gaat vanaf deze plek wel degelijk met 8% omhoog. Door de bergen op de achtergrond lijkt het voor het oog veel minder steil.

Casse Déserte


Na het volgende dorp, Brunissard, maken de weilanden plaats voor bos en komen we in de haarspeldbochten. Dit vind ik een veel lekkerder manier van klimmen. Je kunt tenminste goed zien dat je hoger komt. De weg wordt nog een procentje steiler en dan gaan wij nog maar een kilometertje langzamer. Na vijf steile kilometers ligt opeens de Casse Déserte voor ons. Dit maanlandschap op aarde bestaat uit kale rotsen en wonderlijke creaties van gesteenten. Natuurkrachten hebben hier een prachtig woestijnlandschap gevormd. Grijs en geel zijn veruit de meest voorkomende kleuren op het palet, aangevuld met het groen van de schaarse begroeiing. Vanaf dit punt kunnen we de col zien. Na een dipje in de klim staan we tegen 19:00 op de pas waar we snel een trainingsjackje tegen de kou aanschieten.


Over de speciaal voor de Tour de France geprepareerde weg snellen we naar Briançon. In de afdaling begint het te regenen. Na een behoorlijk zoektocht naar een supermarkt die nog open is slaan we de richting van Grenoble in. Het is al donker als we in de regen op de camping van Chantemerle arriveren.



Dag 11: Chantemerle - Bourg d'Oisans (Galibier)

Nadat we in het ochtendzonnetje wat spullen hebben gedroogd op het gras, gaan we op weg naar de Lautaret. Helaas is er in dit bergachtige gebied geen mogelijkheid om de drukke Route Nationale te vermijden. De eerste helft van de 19 kilometers naar de col stelt weinig voor. Het laatste gedeelte vergt wat meer kracht. Al van verre is de tunnel vlak voor de top te zien. Een mooi richtpunt.


De top van de Lautaret is tegelijk de voet van de Galibier. Het einddoel voor deze dag is Bourg 'd Oisans aan de voet van Alpe d'Huez. In principe zouden we de hele dag de N91 kunnen volgen. Maar met de Galibier zo dicht in de buurt, kunnen we het natuurlijk niet maken om er niet even tegenop te fietsen. De eerste kilometers gaan erg lekker. Het is niet zo heel erg steil. Op een gegeven moment komen we in de mist. Na enkele lange rechte stukken komen we bij het monument voor Henri Desgrange, de oprichter van de Tour de France. We denken dat we bijna boven zijn, maar dat valt tegen. Er volgt nog een loodzware laatste kilometer. Middels enkele haarspelden slingert de weg zich met meer dan 10% naar de col. Gelukkig hebben we de klim niet alleen voor het uitzicht gedaan. Het zicht bedraagt niet meer dan enkele tientallen meters.


In de afdaling, terug naar de Lautaret, begint het langzaam te regenen. Voila, het coalescentieproces in de praktijk: op de col hangt alleen maar een dikke laag mist (bovenin de wolk), verder omlaag worden de wolkendruppels door samenklontering en invanging steeds groter en vallen ze dus ook steeds sneller naar beneden. Met ijskoude, half verkrampte handen glibberen we naar beneden. Terug op de Lautaret lunchen we in de foyer van een luxe hotel. De resterende 40 kilometer naar Boirg d'Oisans gaan naar beneden. Een eitje dus. Halverwege echter, knalt Niels' achterband volledig uit elkaar. Een reservebuitenband hebben we niet bij ons. Met een creatieve noodoplossing halen we zonder verdere problemen de voet van Alpe d'Huez.



Dag 12: Bourg d'Oisans - Bourg d'Oisans (Alpe d'Huez / Les Deux Alpes)

's Ochtends tikt de regen onverbiddelijk op ons tentdoek. Als het na enkele uren droog wordt vertrekt Niels naar het dorp om te proberen een nieuwe buitenband op de kop te tikken. Dat blijkt echter niet eenvoudig. 's Middags besuiten we dat ik maar alvast vertrek en dat Niels me achterna komt als de problemen opgelost zijn. Op naar Frankrijks beroemdste skidorp: Alpe d'Huez!


Tijdens beklimming Alpe d'Huez


De eerste honderden meters zijn nog vlak. Dan doemt er opeens een muur voor me op. De eerste twee kilometer van de klim zijn dik 10%. Na een ochtend in de tent gelegen te hebben, brand ik van de energie. Zonder enige vorm van warming-up probeer ik voorzichtig een goed ritme te vinden. Dat lukt deze keer verrassend goed. In een niet te hoog tempo rond ik de bochten van Zoetemelk, Winnen en Kuiper. Terwijl Bourg d'Oisans steeds verder in de diepte verdwijnt geniet ik van de ambiance. Het voelt best een beetje speciaal om hier te fietsen. Na twee kilometer arriveer ik in La Garde. Precies in het dorpje wordt het plotseling minder steil. De volgende negen kilometer gaan gemiddeld aan 8%. Het uitzicht over Bourg d'Oisans en de achterliggende rotswanden wordt steeds grootser. De rotswand laat prachtige anticlines zien. Ik stap even af om een foto te maken van het uitzicht. Bij het binnenrijden van Huez zie ik vlak boven Alpe d'Huez wolkenflarden drijven.


Langs het vliegveld Alpe d'Huez verlaat ik ski-oord aan de achterkant. Meteen verandert de omgeving enorm. Van het drukke toeritische Alpe d'Huez kom ik in een woeste en verlaten omgeving. In plaats van een spiegelgladde, goed onderhouden weg moet ik nu steeds oppassen voor gaten in het wegdek. Inmiddels begint het langzaam te regenen en de temperatuur is ook niet om over naar huis te schrijven. Na een korte afdaling gaat de weg weer stijgen naar de Col de Sarenne. Vanaf het laagste punt kan ik in de verte de col al zien liggen. Over de slechte weg fiets ik door het ruige landschap naar de col. Overal om mij heen zijn wolkenflarden. Door de inspanning die ik moet leveren heb ik het niet koud. Over hetzelfde slechte wegdek begeef ik mij naar beneden. Tijdens de klim had ik het niet echt koud, maar dat is nu wel anders. Voorzichtig slalom ik tussen de vele kuilen door. De afdaling van de Sarenne eindigt bij het grote stuwmeer aan de voet van Les Deux-Alpes.

Stuwmeer aan de voet van Les Deux Alpes


Ik besluit om ook nog even naar Les Deux-Alpes te fietsen, het kleine zusje van Alpe d'Huez. Het stuwmeer aan de voet verdwijnt langzaam in de diepte. Het uitzicht op het meer is schitterend. De klim naar Les Deux-Alpes is minder lang dan naar Alpe d'Huez en ook minder steil. Middenin zijn er zelfs een paar kilometers bijna vlak. Het wegdek is weer van topkwaliteit. Was het de onderste kilometers nog droog, hogerop begint het weer te regenen. Als een verzopen kat bereik ik het ski-oord. In de wetenschap dat het beneden waarschijnlijk droog is, maak ik al snel rechtsomkeert. Terwijl het stuwmeer weer steeds dichterbij komt, klaart het inderdaad wat op. Onderaan is het bijna droog maar nog zwaar bewolkt. Aan de voet sla ik linksaf richting Bourg d'Oisans. Na een tunnel en een grote knik in de weg is het plotseling een stuk lichter om me heen. De zon is weer te zien het is nu echt droog. Teurg op de camping wacht ik op Niels, die ook nog Alpe d'Huez beklommen heeft.



Dag 13: Bourg d'Oisans (rustdag)

Vandaag rustdag. Eindelijk. De afgelopen week was erg inspannend en ik ben dan ook echt aan een rustdag toe. Het wordt een echte rustdag. Bijna de hele dag regent het. We komen de tent dus niet uit vandaag. We eten brood en chips, schrijven wat kaarten vol en doen verder de hele dag niets. Volgens de eigenares van de camping komt er een hoogedrukgebied aan wat vanaf morgen weer stralend weer zal brengen. We helpen het hopen.




Instorting Croix de Fer



Dag 14: Bourg d'Oisans - La Bàthie (Croix de Fer / Madeleine)

Na een ontbijt in Bourg d'Oisans volgen we een aantal kilometers de grote weg naar Grenoble. In Rochetaillée slaan we rechtsaf. De 31 kilometer lange klim naar de Col de la Croix de Fer is begonnen. Na enkele kilometers komt het eerste stuwmeer in zicht. We klimmen tegen de damwand op en rijden hierna over de stuwdam. Als we het meer voorbij zijn, komt het eerste steile gedeelte. Stijgingspercentages van 10% zijn geen uitzondering. Door het bos komen we langzaam hoger. Na Le Rivier-d'Allemont volg een interessant gedeelte van de klim. In het verleden is de pasweg over een lengte van een paar honderd meter bedolven onder een instorting. Het bleek makkelijker om de weg om te leggen naar de andere kant van het riviertje dat beneden in het dal stroomt, dan om het puin op te ruimen en de weg te herstellen. Gevolg is dat we steil (12%) omlaag gaan naar het riviertje, om aan de andere kant nog steiler weer omhoog te moeten.


Na dit intermezzo klimmen we weer gestaag omhoog. Na enkele kilometers zien we voor ons een gigantische damwand opdoemen: de Barrage de Grand Maison. Hierachter moet het tweede stuwmeer liggen. We worden ingehaald door een man die ons herkend van de camping op Bédoin (dag 1). Wat een toeval! De kilometers langs het meer zijn relatief vlak. Het gaat zelfs een kilometer naar beneden. Nog als we langs het meer rijden kunnen we de Col du Glandon zien. Daarna is het nog 3 kilometer verder klimmen naar de Croix de Fer. Het uitzicht achterom, naar het meer, is bewonderenswaardig. Op de col is erg druk met veel mensen en auto's. Het was een geweldige klim: erg afwisselend, prachtig natuurschoon en af en toe de mogelijkheid om even bij te komen op een wat minder steil gedeelte.


We keren om en via de Col du Gladon dalen we af naar La Chambre. Het is erg steil, zeker het eerste gedeelte. Over de smalle bochtige weg snellen we tussen de bergweiden door naar beneden. Het waait weer hard. Ik schat windkracht 5. Dat merk je met een volbepakte fiets. Vooral in de bochten, als de wind opeens vanuit en andere hoek komt. Na een lunchstop beginnen we meteen weer aan de volgende col. Langzaam ontstijgen we La Chambre. De Col de la Madeleine is niet de eerste de beste: 20 kilometer 8% zonder een moment van verlichting. Aan de overkant van het dal waarin La Chambre ligt, hebben we een mooi uitzicht op het dal dat naar de Glandon voert en waardoor we vanmorgen zijn afgedaald.

Madeleine


We zijn niet helemaal gerust op het weer. Donkere wolken spelen om de randen van de bergkammen van het dal waar we doorheen klimmen. Richting col ziet het er niet fantastisch uit. Uiteindelijk blijkt het allemaal mee te vallen, hoewel het behoorlijk koud is. Enkele kilometers voor de col komen we nog door een ski-oord. Na een korte pauze op de top, vanwaar bij helder weer de Mont Blanc te zien zou zijn, storten we ons uitgelaten in de afdaling. Beneden in het dal van de Isère slaan we linksaf, richting Albertville. Al snel vinden we een camping waar we de tent opzetten.



Dag 15: La Bàthie - Sevrier (Meer van Annecy)

Vandaag is de laatste dag. We hoeven nog maar 50 kilometer naar de plaats vanwaar vanavond met Cycletours weer naar Nederland vertrekken. Nadat we lekker uitgeslapen hebben haal ik een brood bij de boulangerie in het dorp. Rond de klok van half twaalf vertrekken we voor het laatste etappetje. Voor de verandering is het helemaal vlak vandaag. Door het dal van de Isère komen we na 10 kilometer in Albertville. We laten de stad links liggen en trekken verder noordwaarts. Ik merk dat ik weer echt moet wennen aan het vlakke. Ik heb moeite om een lekker hoog ritme te pakken. Net als gisteren staat er veel wind. Dat is op zich niet verkeerd, maar wel als je hem tegen hebt, zoals wij vandaag.

Meer van Annecy


Vanaf Faverges ligt er een vrij fietspad op zo'n honderd meter van de grote weg. Helaas is het er nogal druk. Een half uurtje verder krijgen we het Meer van Annecy in zicht. Aan dit meer, 18 kilometer lang en 2 kilometer breed, ligt onze eindbestemming. Nadat we kilometers te ver doorgefietst zijn, komen we na veel gezoek eindelijk aan op de camping van vertrek in Sevrier. Op de camping wisselen we wat ervaringen uit met onze medereizigers. Op de heenreis zaten we ook met hen in de bus en onderweg zijn we ze ook een aantal keren tegen gekomen. Nadat we bij een McDonalds met een miezerig beetje friet hebben gedineerd, brengen we de rest van de tijd door aan de oever van het Meer van Annecy. Terwijl wij wachten op de bus liggen de rotsen aan de overkant te blinken in de laatste stralen van de ondergaande zon.