>> Homepage    >> Mijn fietsreizen    >> Overzicht beklommen cols    >> Hoogteprofielen Midden-Nederland    >> Links

Genieten in de Dolomieten

(Klik op de foto's voor een vergroting!)
Reageren? Stuur me een E-mail!


Wat is het mooiste gebergte om in te fietsen? Na een week afzien op de vele passen, weten we het zeker: de Dolomieten zijn onovertroffen. De ruige rotsmassieven met hun loodrechte wanden en gekartelde toppen zijn uniek. Het typische Italiaanse sfeertje doet de rest. Voor het tweede jaar op rij trekken we er met een aantal vrienden op uit om een weekje te genieten van de fiets, de bergen, en Italië. We zitten in een huisje in Mazzin, een klein rustig dorpje op vijf kilometer van het grotere en veel te toeristische Canazei. Het is begin juli, het begin van het hoogseizoen. In de dorpen kan je over de hoofden lopen, maar tijdens onze fietstochten hebben we weinig last van de drukte.

Passo di Valparola


Cols

In de tekst worden beklimmingen cursief weergegeven. De rode bergjes verwijzen naar het hellingprofiel en wat statistieken van de betreffende klim. Zie het col-overzicht voor informatie over al mijn beklommen cols.


Dagoverzicht

Dag 1: Sella ronde
Dag 2: Pellegrino - Valles - Rifugio Gardeccia
Dag 3: Fedaia - Giau - Valparola - Gardena - Sella
Dag 4: Ciampié
Dag 5: Pordoi - Fedaia
Dag 6: Pordoi - Campolongo - Erbe - Alpe di Siusi
77 km
92 km
131 km
21 km
84 km
125 km
2185 hm
2430 hm
3825 hm
585 hm
2090 hm
3640 hm


Reisverslag

Dag 1: Sella ronde | 77 km, 2185 hm
> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Bij het ontbijt blijkt ieder tevreden met de democratisch tot stand gekomen slaapkamerverdeling. Tijdens het naar binnen werken van de noedels trakteren TV-beelden ons op de belevenissen van de duizenden deelnemers aan de Dolomieten Marathon, de bekende cyclo die vandaag verreden wordt. RAI3 is zo viendelijk het hele evenement met een groot aantal camera's en een helicopter te coveren. Welkom in Italië! Geïnspireerd door de collega wielertoeristen besluiten we meteen maar af te trappen het bekendste fietsrondje in de Dolomieten: dat rond het Sellamassief. Over een viertal passen loopt de weg vlak onder de loodrechte wanden van het massief door. We hopen nog te profiteren van het voor de cyclo autovrij gemaakte parcours. Om een uur of elf vertrekken we uit ons appartement in Mazzin. Het zonnetje doet goed zijn best, we hebben er zin in!

Passo di Sella


Tot Canazei is het rustig warmfietsen. Aan het eind van het dorp slaan we op de rotonde linksaf, waarna we snel een lekker klimtempo opzoeken: de klim naar de Passo di Sella is begonnen. Met zeven scherpe tornanti klimmen we snel boven Canazei uit. Bij de splitsing naar de Passo Pordoi houden we links aan. Bij de Sella zit het vennijn in de staart. In de laatste kilometers zitten enkele steile stroken. Maar wat geeft het!? Het uitzicht is naar alle kanten adembenemend. Het Fassadal van Canazei, de besneeuwde toppen van de Marmolada, de loodrechte rotswand van het Sella massief en de drie imposante kolossen van de Sasso Lungo groep. Dit is fietsen in de Dolomieten! Eenmaal op de top besluit Rikkert via de Pordoi terug te keren naar het huisje. Nadat we de blinkende fietsen van een groep Spanjaarden bewonderd hebben, fietsen Gerben, Arjan en ik verder richting de Gardenapas.

Passo di Gardena


Na de Sellapas volgen twee minder zware cols. Eerst krijgen we dus de Passo di Gardena voor de kiezen. De weg klimt in twee trappen van een kilometer of twee naar de pas. Daartussen zit een evenlang vlak gedeelte. Boven is het genieten van de gekartelde rotsen van het Sellamassief. Het uitzicht op de afdaling naar Corvara mag er ook zijn! Na nog maar een reepje lussen we even later door de vele bochten richting dal. Beneden belanden we in de chaos van de finishstraat van de Maratona. Een lang lint van deelnemers passeert de finishboog. Een opgewonden speaker ratelt het hele gebeuren aan elkaar. Al snel verlaten we het dorp en beginnen we aan de derde pas van de dag, de Passo di Campolongo . Op een steil stuk in het begin na is ook deze niet moeilijk. Wat het uitzicht betreft is het duidelijk de minste van de dag, hoewel de hoog boven Corvara uittorende rotsklomp van de Sassongher een echte topper is.


Na Arabba volgt het laatste obstakel van de dag. De Passo Pordoi is misschien wel de bekendste van het stel, althans, gemeten aan het aantal passages van de Giro d'Italia. Ook de 33 haarspeldbochten van deze beklimming spreken tot de verbeelding. Moeilijk is de klim niet: bijna 7% gemiddeld zonder veel steilere stukken. Maar natuurlijk is een klim zo zwaar als de renners hem maken. Arjan heeft er zin in en legt er vanaf de voet een stevig tempo op. Dat een paar van de Spanjaarden die we eerder vandaag tegenkwamen ons nu inhalen vormt een extra motivatie. Halverwege de klim denkt Gerben 'zoek het lekker uit' en rijdt verder op eigen tempo naar boven. Ik besluit over te nemen om zelf het tempo te kunnen bepalen. In gestrekte draf klimmen we met z'n tweeën verder omhoog. Aan de voeten van Fausto Coppi hijgen we gesloopt maar voldaan uit. Wat een klim!



Dag 2: Pellegrino - Valles - Rifugio Gardeccia | 92 km, 2430 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

De eerste 15 km fietsen we door het Val di Fassa. Hele stukken gaat het vals-plat naar beneden; de snelheid zit er goed in! Voorbij Moena keren we het dal de rug toe en beginnen we aan de de klim naar de Passo San Pellegrino . De gemiddelde snelheid begint aan zijn vrije val. De weg naar de pas loopt grotendeels door een bos. De klim is erg onregelmatig: vervelend steile stukken worden afgewisseld met kilometers waar je lekker bij kunt komen. Landschappelijk is de Pellegrino stukken minder mooi dan de passen rond het Sellamassief waar we gister fietsen. Waarschijnlijk is dit wel de reden dat het heerlijk rustig is op de weg. Vlak voor de pas wordt het bos minder dicht. Door een alpenweide bedwingen we de laatste steile hindernis naar de top, die een geliefde uitvalsbasis voor bergwandelaars blijkt te zijn.

Passo di Valles


In de afdaling blijkt dat we de mietjeskant van de Pellegrino bedwongen hebben! Via een indrukwekkende bochtenserie gaat het steil naar beneden. Al snel arriveren we dan ook bij de afslag naar de Passo di Valles , de tweede klim van de dag. Kregen we op de Pellegrino nog af en toe kansen om bij te komen, op de Valles schommelt het stijgingspercentage constant rond de 10%. In de brandende zon zweten we ons een weg omhoog. Op een gegeven moment vlakt de weg af en lijkt het of we boven zijn. Dat blijkt wat voorbarig, want we krijgen nog een steile slotkilometer voor de wielen. Op het hoogste punt is het tijd voor cola en gebak bij het restaurant op de top. Weer treffen we de groep Spanjaarden van gister. Na een praatje beginnen we aan de lange afdaling, die ons terug brengt in het Val di Fassa. De eerste zes kilimeter zijn erg steil, daarna daalt de weg meer geleidelijk af. Vanaf Predazzo begint de lange weg terug naar ons appartement. Twintig kilometer vals-plat omhoog, er zijn leukere dingen.

Torri di Vajolet


Eenmaal bijna terug besluit ik als toetje de klim naar de Rifugio Gardeccia te pakken. Deze moordenaar was een paar weken eerder als slotklim opgenomen in de Giro d'Italia. Meteen vanuit het dal gaat het steil omhoog. Over het gloednieuwe asfalt klauter ik gecontroleerd omhoog. Lang leve de 28 die ik een week eerder aan mijn cassette heb toegevoegd! Bij een paar bergdorpjes wordt het vlak. Het gaat zelfs even naar beneden. Daarna wordt het echter steil, steiler, steilst. Op de nu zeer smalle weg kunnen de toeristenbusjes die af en aan rijden amper passeren. Het venijn zit in de staart: een zeer steile kilometer van 14% vraagt het uiterste van me. Met moeite houd ik fiets recht. Vlak voor een bruggetje vlakt de klim af, 100 meter verderop staat de Rifugio en zit de klim erop. Het uitzicht op de bergen is imponerend. In het amphitheater van rotswanden vormen de rotspunten van de Torri di Vajolet het hoogtepunt.



Dag 3: Fedaia - Giau - Valparola - Gardena - Sella | 131 km, 3825 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Vandaag fietsen we onze eigen versie van de Dolomietenmarathon. Qua lengte en hoogtemeters is de route vergelijkbaar en we pakken zo'n beetje dezelfde passen. Alleen de eerste col is een vreemde eend in de bijt: de Passo di Fedaia vanuit Canazei. Deze niet zo lasige klim blijkt een prima opwarmer te zijn voor deze zware dag. In het begin volgt de brede weg braaf de loop van de rivier de Avisio, die ons door een vrij breed dal tegemoet stroomt. We passeren enkele wintersportdorpen. Een haarspeldbocht naar links kondigt het lastige gedeelte van de klim aan. Snel klimmen we nu boven de rivier uit. Pas in de lange tunnel vlak voor de top vlakt de weg weer af. Boven hebben we een prachtig uitzicht op het stuwmeer met aan de overkant de vergletjerde toppen van het Marmolada-massief.

Op de Passo di Giau


Na geflirt te hebben met snelheidsrecords in de afdaling van de Fedaia staan we al snel aan de voet van de Passo di Giau , de grootste uitdaging van de dag. Het eerste gedeelte vanaf Caprille is nog goed te doen, in de haarspeldbochtjes naar het mooie Selva di Cadore wordt het al wat lastiger. In de schaduw van wat bomen nemen we hier ruim de tijd voor de lunch. Met nieuwe energie vatten we het zware stuk naar de top aan: 9 km aan bijna 10%. Met een groot aantal haarspeldbochten slingert de weg door het dal omhoog. Eerst zijn er nog veel bomen, hogerop loopt de weg door de alpenweiden. De zon brandt onbarmhartig. Het is flink zweten hier in de hitte. Het uitzicht op de top is een gepaste beloning voor al het zwoegen: overal zijn bergtoppen en indrukwekkende rotskliffen om ons heen.

Passo di Valparola


De afdaling van de Giau komt bij Pocol uit op de pasweg van Cortina d'Ampezzo naar de Passo di Valparola . Zodoende krijgen we de eerste vijf kilometer kado. Steil is het voorlopig niet, druk wel. Over de niet echt spectaculaire weg bereiken we de Passo di Falzarego. Hier slaan we rechtsaf voor het laatste steile stuk naar de Valparola. Aan onze linkerhand zien we de kunstig aangelegde slotkilometer van de westkant van de Falzarego. Om ons heen verschijnen overal de voor de Valparola karakteristieke rotsblokken. De grote klompen kalksteen liggenlukraak door het landschap verspreid. Het levert prachtige plaatjes op!


Compleet gaar gekookt komen we in Corvara aan. We worden gered door een supermarkt, waar we de vocht- en etensvoorraden bijvullen. Opgefrist beginnen we aan de Passo di Gardena , vandaag vanaf de oostkant. Zo tegen het einde van de dag is dit een heerlijke klim: met 7% niet al te steil en zeer regelmatig. Bovendien zijn de typische Dolomietenuitzichten rondom niet te versmaden. Via de korte afdaling komen we op de weg naar de Passo di Sella . De laatste klimkilometers van de dag glijden nog soepel onder de wielen door. Boven wacht de 12 km lange afdaling naar Canazei, vanwaar het nog maar een klein stukje is naar het huisje in Mazzin.



Dag 4: Ciampié | 21 km, 585 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Tijd voor een rustdag. Nou ja, bijna dan. Terwijl Arjan en Gerben hun geluk beproeven op de moorddadige Gardeccia (zie dag 2), vertrek ik met Rikkert voor de klim naar Ciampié . Relaxed fietsen we naar de voet, die 4 km van ons huisje in Pozza di Fasso ligt. Ciampié, niet veel meer dan een restaurant, ligt aan het eind van de weg in het Val San Nicolò en blijkt een populaire uitvalsbasis voor bergwandelaars. Na een rustig begin door het dorp Pozza wordt de klim erg onregelmatig met enkele zeer steile stroken tot zo'n 15%.


Anderhalf uur na vertrek zijn we weer terug, mooi op tijd voor de lunch. Na een middag Tour de France kijken (natuurlijk wint Cavendish weer) en boodschappen doen bezoeken we de plaatselijke pizzaboer. Nadat we verschillende pizza's achterover gewerkt hebben, vergapen we ons op ons balkon aan een prachtige bliksemshow.






Passo Pordoi



Dag 5: Pordoi - Fedaia | 84 km, 2090 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Het doel van vandaag is de steile kant van de Fedaia, ook wel de Marmolada genoemd. Om bij de voet van die legendarische klim te komen, moeten we eerst de westkant van de Passo Pordoi bedwingen. Terwijl we aan de voet de jackjes uitdoen, komt een groep Liquigasrenners voorbijgereden. Zij blijken hun trainingskamp opgeslagen te hebben in Canazei. Arjan springt meteen op zijn fiets en zet volle bak de achtervolging in. Vanzelfsprekend zijn de relaxed trainende profs uiteindelijk een maatje te groot. Gerben, Rikkert en ik fietsen de berg in rustig tempo op. Hoewel, dat ontspannen omhoog fietsen geldt voor Gerben alleen voor de tweede helft van de klim, als zijn aanlopende achterrem beter afgesteld is.


Beneden in Arabba maakt Rikkert rechtsomkeert om de Pordoi ook vanaf de andere kant te beklimmen. De rest daalt verder af richting Pieve di Livinallongo. Aan de overkant van het diepe dal dat zich rechts van ons bevindt, liggen op de prachtige berghelling enkele dorpjes verspreid. Je zult er maar wonen. Na wat vlakkere stukken en wat klimmen dalen we via Cernadoi verder af naar Caprille.

Serrai di Sottoguda


De Passo di Fedaia vanuit Caprille is DE Dolomietenklim die je gedaan moet hebben. Mooi, steil, ruig en nietsontziend. De eerste kilometers gaat het allemaal nog wel en is de brede weg aan de saaie kant. In Sottoguda verlaten we de nieuwe pasweg en fietsen we rechtdoor het dorp in over de oude weg (de nieuwe draait naar links over een brug). De oude pasweg is dwars door een indrukwekkende kloof aangelegd, de Serrai di Sottoguda. De loodrechte wanden rijzen tientallen meters boven ons uit. Op sommige plaatsen is de kloof slechts enkele meters breed. Hoog boven ons zien we de nieuwe pasweg de kloof oversteken. De weg door de kloof is afgesloten voor auto's, er zijn wel veel wandelaars. Tegen het einde van de kloof, als de wanden lager worden, gaat de weg steiler omhoog lopen. Bij Malga Ciapéla komen we weer op de nieuwe weg uit. Meteen begint het zwaarste stuk van de klim: in rechte lijn stijgt de brede weg bijna 3 km lang onafgebroken met 11-12%. Mooi is het niet, heroïsch wel. Het laatste gedeelte naar de top is nog steeds erg steil, maar hier zorgen mooi aangelegde bochten en enkele wat vlakkere stukjes tenminste nog voor enige afleiding.






Corvara en Sassongher



Dag 6: Pordoi - Campolongo - Erbe - Alpe di Siusi | 125 km, 3640 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Het is alweer de laatste dag van de vakantie. Samen met Arjan stel ik een (te) ambitieus rondje samen. We zijn van plan om over enkele weken het Alpenbrevet te fietsen (276km, 7000 hm), dus er moet goed getraind worden. Eerst fietsen we net als gister over de Passo Pordoi naar Arabba. Middenin het dorp slaan we linksaf, de weg naar de Passo di Campolongo in. In 20 minuten hebben we de 300 hm naar de top overbrugd. In de afdaling worden we ingehaald door Rikkert, die ons vandaag met de auto zal volgen. Het levert ons een bak mooie foto's, morele ondersteuning en stiekem een mooie escapemogelijkheid op. Bijna beneden krijgen we Corvara in het zicht, met daarachter de majestueuze steenklomp van de Sassongher. Een mooi plaatje! Beneden in het dorp slaan we bij de supermark, bekend van drie dagen geleden, redbull en cola in.

Tussenpasje op de Erbe


We fietsen de afslag naar de Gardena voorbij en dalen verder het Val Badia in. Over de veelal vals-plat naar beneden lopende weg schiet het flink op. Ter hoogte van San Martino is het uit met de pret en dient de volgende klim zich aan. De verradelijk Passo di Erbe . Door fris groene weiden klimt de weg steil boven het dorp uit. Bij het slot Thurn, waar je een prachtig uitzicht over het dal hebt, vlakt het af. In het kasteeltje blijkt het Ladinisch museum gevestigd te zijn, gewijd aan de Ladinische taal en cultuur. Het Ladinisch is een oude taal die in de afgelegen Dolomietendalen de eeuwen overleefd heeft. Net vandaag blijkt ook een rally van klassieke auto's over de Erbe te rijden. We zien de mooiste en zeldzaamste karretjes tegemoet komen. Halverwege de klim dalen we 100 meter in een tussentijdse afdaling. Terwijl zich in het oosten donkere wolken samenpakken en de bliksem flitst, beginnen wij aan het zwaarste deel van de klim: een kilometer van een procent of 11. In de hitte is het zweten geblazen. Op deze onbekende Passo di Erbe is het veel rustiger dan op de grote Dolomietenpassen rond het Sellamassief. Ten onrechte, want het is hier prachtig. Boven op de pas staan Arjan en Rikkert al op me te wachten.


De afdaling het dal van de Isarco in is ronduit spectaculair. Wat een verlatenheid! Het smalle weggetje kronkelt tussen rotswanden en puinwaaiers door richting dal. Soms gaat het steil naar beneden, af en toe even omhoog. Later wordt de weg breder en breder. Het lijkt een afdaling zonder eind. We dalen dan ook bijna 1500 m af. Beneden in het dal is het heet. Bij een benzinestation vullen we de watervoorraad bij. Een collatje gaat er erg goed in. Even later fietsen we over een prachtig fietspad langs de snelstromende Isarco naar Ponte Gardena.

Bevoorrading op de Alpe di Siusi


Meteen nadat we de rivier zijn overgestoken, slaan we rechtsaf. We staan aan de voet van de Alpe di Siusi , met bijna 1400 hoogtemeters een beest van een klim. Al snel komen we bij het steilste gedeelte van de beklimming. Hier onderin het dal is het bloedheet. In een steile tunnel waar geen einde aan lijkt te komen is het wat koeler. Daarna slaat de zon weer onverbiddelijk toe. Rikkert legt het lijden pijnlijk vast op de gevoelige plaat. Intussen komen we steeds dichter bij de grootste alpenweide in het Alpengebied. Op de golvende hoogvlakte grazen doorgaans honderden koeien, in het voorjaar schijnt het een uitbundige bloemenzee te zijn. De alp wordt in het zuiden begrensd door de hoekige rotswanden van het Sciliarmassief. Zes kilometer voor de top fietsen we nationale park binnen. Om met de auto het park in te komen moet er flink gedokt worden. Gelukkig is het vanaf 5 uur gratis, dus we hoeven onze volgauto niet lang te missen. Terug op hoogte is het lekker afgekoeld. Met de top in zicht en een gelletje achter de kiezen keren de krachten terug. Het gas gaat nog een keer open en in rap tempo leggen we het laatste gedeelte naar de top af.


Eenmaal boven is tijd om op de klok te kijken. Omdat het al laat is en het weer er dreigend uit ziet besluiten we in de auto te stappen. Een half uurtje later hebben we daar geen spijt van. Als we door het Val Gardena rijden barst er een enorme stortbui los! Voor de volledigheid: als we het rondje netjes afgemaakt hadden met de Passo di Sella waren we uitgekomen op 170 km en 4700 hm. Voor vandaag iets te veel van het goede. Terug in Mazzin kunnen we terugkijken op een geslaagde vakantie. Het weer zat erg mee en we hebben mooie tochten kunnen maken. De Dolomieten vormen een fatastisch fietsgebied. Niet alleen zijn de bergen ruig en spectaculair, door de kleinschaligheid en de veelheid aan wegen kun je eindeloos passen met elkaar combineren en steeds nieuwe rondjes blijven maken.