>> Homepage    >> Mijn fietsreizen    >> Overzicht beklommen cols    >> Hoogteprofielen Midden-Nederland    >> Links

Een achtje door de Auvergne

(Klik op de foto's voor een vergroting!)
Reageren? Stuur me een E-mail!



Anderhalve week fiets ik met Jantine door het vulkaanlandschap van het Centraal Massief. Dit Middelgebergte in het zuiden van Frankrijk valt voor een groot deel samen met de regio van de Auvergne. We mogen de auto zonder extra kosten bij camping La Chauderie in La Tour d'Auvergne laten staan. Vandaar trekken we zuidwaarts tot de flanken van de Puy Mary. Daar maken we rechtsomkeert om via de legendarische Puy de Dôme weer op ons beginpunt uit te komen.

Deze fietsvakantie is anders dan alle voorafgaande. We zijn namelijk niet meer met ons tweeën. Casper van ruim tien maanden reist in zijn fietskar met ons mee. Voor ieder van ons is het een nieuwe en spannende ervaring.

Op de Pas de Peyrol



Cols

In de tekst worden beklimmingen cursief weergegeven. De rode bergjes verwijzen naar het hellingprofiel en wat statistieken van de betreffende klim. Zie het col-overzicht voor informatie over al mijn beklommen cols.


Dagoverzicht

Dag 1: La Tour d'Auvergne - Condat
Dag 2: Condat - Le Claux
Dag 3: Le Claux - Trizac
Dag 4: Trizac - Espinchal
Dag 5: Espinchal - Murol
Dag 6: Murol v.v.
Dag 7: Murol - Royat
Dag 8: Royat - Le Fléchat
Dag 9: Le Fléchat - La Tour d'Auvergne
55 km
27 km
37 km
49 km
41 km
39 km
43 km
36 km
37 km
880 hm
640 hm
905 hm
685 hm
540 hm
955 hm
750 hm
995 hm
700 hm


Reisverslag

Dag 0

Na een lange dag in de auto draaien we om even na zeven het terrein van camping La Chauderie op. We worden gastvrij onthaald door de Nederlandse eigenaren. De eenvoudige maaltijd in het restaurant gaat er goed in. De camping ligt langs een avontuurlijk riviertje met enkele mooie watervallen. Na het eten maken we nog een korte wandeling. Dan zit de dag erop en duiken we de tent in.



Dag 1: La Tour d'Auvergne - Condat | 55 km, 880 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Om half elf hebben we eindelijk de tent afgebroken en de fietstassen gepakt. Nog wat onwennig verlaten we de camping. Over de rustige D203 gaat het meteen vals-plat omhoog. Met volle bepakking en een fietskar aan de trekhaak wordt meteen het binnenblad geschakeld. "Kgggrt, kgggrt", zegt mijn derailleur, die dit verzet al een hele tijd niet meer heeft hoeven draaien. Na wat gefiedel aan de kabels loopt het geheel even later weer acceptabel. We bevinden ons op een hoogte van meer dan 1000 m. Het landschap is open, de uitzichten weids. Links hebben we uitzicht op de flanken van de Puy de Sancy, met 1885 m de hoogste berg van het Centraal Massief. We wisselen stuivertje met twee zestigers op mooie oude racefietsen. Via een rustig weggetje bereiken we St-Donat, waar we inkopen doen.

Saint Genes


Nadat Casper vriendjes heeft gemaakt met de eigenaresse van de supermarkt gaat het afwisselend klimmend en dalend verder naar St-Genès. Bij de grote witte kerk op de top van de heuvel pakken we het kleed uit de fietskar voor een ruime lunchpauze. Na een lekkere afdaling door een bos komen we langs een stuwmeer. Hierna raken we de weg een beetje kwijt. Over een heel smal weggetje fietsen we uiteindelijk het dorpje Sarran binnen. Nou ja, fietsen... Met dichtgeknepen remmen laten we ons over het slechte asfalt het dal inzakken. Dik 10% naar beneden en een fietskar is geen goede combinatie. Het blijkt dat we geen dag te vroeg naar Frankrijk zijn afgereisd: overal liggen takken en rommel op de weg van het noodweer wat het hier gister schijnt te zijn geweest.

Gorges de la Rhue


De Gorges de la Rhue valt een beetje tegen. Het is zeker een mooi rivierdal maar bij een gorge denken wij meer aan ruige rotswanden dan aan de beboste hellingen waar we nu tussendoor fietsen. Alleen bij het oversteken van de rivier krijgen we vanaf de brug een mooie loodrechte muur te zien. Nabij Coindre verlaten we het dal via een vervaarlijk steil uitziend weggetje. De klim naar de Côte de Saint-Amandin is de eerste langere klim van de vakantie. Op een flinke strook van 10% daalt de snelheid tot wandeltempo. Na een kilometer hebben we het ergste gehad, maar tot we de D678 bereiken blijft het steil. Daarna stijgt de weg langzaam verder naar St-Amandin, waar we erachter komen dat niet elk dorp hier in de omgeving een camping heeft. Noodgedwongen fietsen we verder naar Condat. De afdaling laat nog even op zich wachten. Maar ook aan deze klim komt een eind, waarna we de fietsen heerlijk naar beneden kunnen laten rollen.



Dag 2: Condat - Le Claux | 27 km, 640 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Deze ochtend is Jantine aan de beurt om in alle vroegte een wandeling te maken met Casper. Zijn kleine Deryan tentje bij ons in de voortent is toch net iets minder fijn dan zijn eigen vertrouwde bedje thuis. En als het licht is in de tent is de dag begonnen, toch?

Stenen brug


Bijna meteen vanaf de start gaat het flink omhoog vandaag. Het eerste deel van de klim naar Lugarde voert over de drukke D679. We fietsen langs een tweetal meertjes. Kort daarna verlaten we grote weg. Volgens de kaart moeten hier ruïnes van een oude abdij liggen. Altijd interessant, maar vanaf de weg is niets te zien. Achteraf blijkt dat we gewoon even een zijpaadje hadden moeten nemen. Het zwaarste deel van de klim begint een paar kilometer verderop. Via een oude stenen brug steken we een riviertje over, waarna we door een dichtbegroeid bos snel hoogte winnen. De vele varens en mossen geven aan dat er neerslag genoeg valt in dit gebied. Bovengekomen in Lugarde drinken we een veel te dure cola in een shabby barretje.


We vervolgen onze weg over een open hoogvlakte. Het golvende reliëf, de groene weiden en de verspreide begroeiing doen ons aan het Peak District in Engeland denken. De kale berghellingen in de verte vormen een mooie omlijsting. Casper heeft het intussen helemaal gehad met dat gefiets en is hoognodig toe aan een lekkere lange lunchpauze. Net als we met het brood achter de kiezen weer verder willen gaan, komen er een paar andere vakantiefietsers aan. Ook Nederlanders, hoor ik. Dan herken ik plotseling Wouter die met zijn vrouw en zoon aan het rondtrekken is! Een paar maanden geleden verkenden we nog samen de omgeving van Barcelonnette op de racefiets. Dat we elkaar hier nu tegenkomen is stom toeval.

In het dal van de Cheylade


Nadat we wat ervaringen uitgewisseld hebben gaan we ieder ons weegs. Wij verder naar het zuiden, zij richting Condat. Door het prachtige dal van de Cheylade winnen we langzaam hoogte. Even verlaten we de hoofdweg voor een ommetje langs de waterval van de Sartre. Het water stort zich hier 32 m omlaag in een klein meertje. In Le Claux doen we inkopen bij de lokale supermark. De aardige eigenaar laat zijn hele vocabulaire Nederlands op Casper los, maar de kleine man begrijpt er niets van. De camping is een koopje. Voor de overnachting zijn we 5.90 euro kwijt. En daar hebben we dan ook nog een grote plaats, mooi gras en schoon sanitair voor ook. In het zonnetje kijken we naar de parapenters die hier in grote getale van de omliggende bergtoppen afspringen.





Uitzicht op de Puy Mary



Dag 3: Le Claux - Trizac | 37 km, 905 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Recht vooruit zien we ver boven ons de weg naar de Pas de Peyrol tegen de rotswand aangeplakt liggen. Erboven verheft zich de Puy Mary, een van de hoogste bergen van het Centraal Massief. Een superuitzicht! Na een paar kilometer rustig infietsen in de frisse ochtendlucht buigt de weg naar links en begint de klim naar de Col de la Serre. Op deze tussencol moeten we meteen al flink aan de bak. Met een aantal haarspeldbochten lust de weg door het bos omhoog naar de bergkam. Druppelsgewijs worden we ingehaald door een aantal Franse jongeren die ook met een fietstocht in de regio bezig zijn. Na een dik half uur bikkelen op de flink steile pasweg arriveren we op de top. Na een korte pauze nemen we het afsteekweggetje dat op de grote weg naar de Pas de Peyrol uitkomt. Het mooie dal van de Impradine ligt aan onze voeten. Driftig meanderend kronkelt het rivierje zich een weg naar beneden. We bevinden ons middenin de Monts du Cantal. Dit gebergte vormt het restant van een reusachtige vulkaan die zo'n 13 miljoen jaar geleden ontstond. Het stervormige patroon van rivierdalen, met als middelpunt het centrum van de oude vulkaan, is vanuit de lucht goed te zien.

Pas de Peyrol


Het tweede deel van de klim begint gemoedelijk. Met een procentje of drie, vier is het ook met bagage, fietskar en baby relaxed klimmen. De Franse studenten komen ons weer een voor een voorbij gefietst. Ze pauzeerden wat langer dan wij op de Col de la Serre. Bij de Col d'Eylac steken we dezelfde bergkam als zonet op de Serre nogmaals over, zodat we weer het dal van de Cheylade in kunnen kijken. Ik vermoed dat we het zwaarste klimwerk wel gehad hebben, maar dat blijkt een flinke misrekening. Een vriendelijk fietsbord kondigt vrolijk de laatste 1.6 kilometer aan. 9.46%. Om precies te zijn. Met 5 à 6 km/uur sleur ik mezelf en Casper tegen de berg op. En ik geniet. Van de inspanning, het schitterende uitzicht en het met zijn drieën toch maar weer op fietsvakantie zijn. De Fransen hebben het ook zwaar. Op de top maken we een praatje met ze. Een van hen zet ons op de foto. We trakeren onszelf op een cola en grote punt tarte-aux-myrtilles.


Als we bijgekomen zijn van de inspanning vervolgen we onze weg. Eerst moeten we ons door een enorme verkeerschaos worstelen. De Pas de Peyrol is een populaire uitvalsbasis voor wandeltochten in de bergen. Naar de top van de 1787 m hoge Puy Mary is zelfs een complete trap aangelegd. Het eerste deel van de afdaling is niet leuk. Bij 13% naar beneden hebben mijn huis-tuin-en-keuken remmetjes moeite het gewicht van de combinatie in bedwang te houden. Met piepende remmen voorkomen dat de snelheid te hoog oploopt, is het devies. Als het wat minder steil wordt, kunnen we de fietsen lekker laten lopen en keert het genieten terug.

Col d'Aulac


Voorbij Le Falgoux wacht ons nog een tweede klim, deze dag. De Col d'Aulac betekent 4.5 km klimmen aan 7%. Op het warmst van de dag en met de inspanning van vanochtend al in de benen, wordt dit een typisch gevalletje van hot & heavy. Op de top zwaaien we het Vallee du Mars gedag en na een klein stukje over een hoogvlakte dalen we door een bos het volgende dal in. Op een beschutte parkeerplaats langs de weg pauzeren we voor de lunch. We blijken ons vlakbij een verlaten Middeleeuws dorp te bevinden. Oorlog, een grote pestepidemie en een afkoelend klimaat betekenden in de 14e eeuw het einde van het hooggelegen Cotteughes. De natuurstenen muren van de ruïnes zijn de stille getuigen van het eens levendige dorp.





Col de la Besseyre



Dag 4: Trizac - Espinchal | 49 km, 685 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Onder een strakblauwe lucht verlaten we ons heerlijke plekje op de eenvoudige camping van Trizac. Meteen gaat het lekker omhoog naar de Col de la Besseyre, die we na enkele kilometers ontspannen klimmen bereiken. In de verte ligt een verzameling basaltzuilen die hier orgelpijpen genoemd worden. Ze ontstaan als lava langzaam afkoelt. Daarbij krimpt het en splijt het uiteen in zeshoekige zuilen. Na een geleidelijke afdaling met mooie uitzichten op de Puy de Sancy in de verte maakt de rust van de D678 plaats voor de drukte van Riom-es-Montagnes. Hier nemen we ruimschoots tijd voor de boodschappen en houden we pauze in het park. Casper vermaakt zich uitstekend in het speeltuintje.

Egliseneuve


Via St-Amandin fietsen arriveren we weer in Condat. De onderste helft van ons achtje zit erop. Het dorp is tegen een steile helling aangebouwd. Na een flinke klim vinden we naast de VVV een mooi plekje voor de lunch. Een uurtje later verlaten we Condat. Stroomopwaarts langs de rivier de Rhue vorderen we langzaam. De lange geleidelijke klim naar de Col de la Chaumoune is begonnen. In Égliseneuve willen we boodschappen doen en een camping pakken. Helaas, de supermarkt is dicht en de vrouw bij het toeristenbureau meldt dat er geen camping in het dorp is. Dit in tegenstelling tot wat haar collega in Condat ons twee uur geleden meldde. Enigszins teleurgesteld drinken we in de schaduw van een gebouw een cola.

Espinchal


Vanuit Égliseneuve is het nog 7 km naar de camping in Espinchal. Het blijken 7 mooie kilometers door een rustig dal te zijn. In Espinchal is de camping snel gevonden, maar de receptie niet. Die ontbreekt namelijk. Het is de bedoeling dat je zelf een mooie plek voor je tent uitzoekt. De beheerder komt elke avond even langs om zijn geld op te halen. Voor de overnachting zijn we 4.30 euro kwijt. Daar komen dan nog wel twee douchemunten à 1.50 bij. Aan het eind van de middag volgt een leuke verrassing. Er arriveert een Frans stel wat ook met een baby aan het rondfietsen is. Het twee maanden oudere meisje inspireert Casper om zijn veilige kleed te verlaten en vrolijk rondjes door het gras te gaan kruipen.


Na een uurtje puzzelen op de kaart krijgt de route voor de tweede helft van de vakantie vaste vorm. Het lijkt haalbaar om zowel de hoge cols van de Monts Dore als de flanken van Puy de Dôme nog met een bezoek te vereren.





Col de la Chaumoune



Dag 5: Espinchal - Murol | 41 km, 540 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Ook vandaag belooft het weer een prachtige onbewolkte dag te worden. Door een verlaten en ruig landschap klimmen we de laatste kilometers naar de col. Het is heerlijk rustig; we komen bijna geen auto's tegen. Vanaf de Chaumoune gaat het vervolgens meer dan 20 km naar beneden. Voorbij Valbeleix (twee sterren op de Michelinkaart, het waarom wordt ons niet duidelijk) dalen we langzaam af in de Gorges de Courgoul. Over de bodem van de kloof volgt de weg de kronkelige loop van het riviertje. In de speeltuin van Saurier nemen we ruim de tijd voor de lunchpauze.

Chateau de Murol


Vanaf Saurier is het weer klimmen geblazen op weg naar de Côte de Saint-Diéry . Na een paar kilometers vals plat over de drukke D621 slaan we rechtsaf een smal wegje in. Na een zeer steil gedeelte langs het dorp Saint-Diéry arriveren we bovenop een plateau. Over rustige binnendoorwegen fietsen we vervolgens naar Murol. Vlak voordat we het stadje binnenrijden worden we verrast door een gigantisch kasteel dat aan de overkant van het dal hoog op een rots gebouwd is. In de 12e eeuw begon met met de bouw van het fort om zo een aantal doorgangswegen onder controle te kunnen houden. Het kasteel diende verder als gevangenis, rovershol en steengroeve voor de lokale bewoners. Tegenwoordig is het een historisch monument en belangrijke toeristische trekpleister voor de stad Murol.


Murol blijk een chaotisch druk stadje te zijn, waar de veel-sterren campings over elkaar heen buitelen. En ze zijn nog complet ook! Het contrast met de eenvoudige natuurcamping van Espinchal kon niet groter zijn. Uitendelijk vinden we een kampeerplek op een van de campings buiten de stad. Vanaf de camping is het tien minuten lopen naar het Lac Chambon. Als we er in de avond naartoe lopen, blijkt het op het strandje nog een drukte van belang te zijn. Het meer werd gevormd doordat een lavastroom de rivier de Chambon afdamde.





Col de la Croix Saint-Robert



Dag 6: Murol v.v. | 39 km, 955 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Zonder bepakking maken we vandaag een rondrit over de hoogste cols van de Monts Dore. Eerst volgen we de fietsroute langs het meer, maar het onverharde pad met boomwortels is niet geschikt voor een fietskar. Dan maar over de drukke grote weg. In Chambon-sur-Lac begint het serieuze werk. De klim naar de naar de Col de la Croix Saint-Robert is begonnen. We volgen nog steeds de D996, een dikrode weg op de kaart. Hier bergop fietsen met een precies 80 cm brede fietskar voelt niet prettig, vooral ook omdat het vrij smal is en er behoorlijk wat zwaar verkeer op de weg is. Na 10 minuten is het leed geleden en slaan we linksaf een rustiger weg in. Net als bij de grote Alpencols staan er elke kilometer bordjes langs de kant van de weg die de hoogte en stijgingspercentage aangeven. Als we het bos verlaten, krijgen we een prachtig uitzicht op het Lac Chambon. In de verte ligt het kasteel van Murol in de diepte. Met flink wat bochten kronkelt de weg door het ruige kale landschap naar de col.


Op 1451 m is het flink koud. Snel trekken we een jasje aan waarna we aan de afdaling naar le Mont-Dore beginnen. Een kwartiertje later zijn we beneden. Le Mont-Dore is een drukke stad die zowel skioord als kuuroord is. Na een bezoek aan een supermarkt nemen we ruim de tijd voor de lunchpauze in een leuk parkje.

Col de Croix Morand


Middenin het dorp pikken we de klim naar de Col de la Croix Morand op. Of de Col de la Diane, zoals hij ook wel genoemd wordt. Net als vanochtend gaat het over een grote rode weg op de kaart, maar deze is breder waardoor het een stuk prettiger fietst. Het is ook minder druk dan eerder op de dag, dat scheelt. Na drie kilometer passeren we de afslag naar de Col de Guéry, die we op de laatste dag van de vakantie zullen beklimmen. De Croix Morand is net wat minder steil en klimt ook gelijkmatiger dan de Croix Saint-Robert. Laatstgenoemde is landschappelijk wel mooier. De weg naar de Croix Morand voert voor een groot deel door het bos. Pas als de weg naar rechts afbuigt, verschijnen de vergezichten. Daarna is het niet ver meer naar het hoogste punt. Via een binnendoorroute over Beaune-le-Froid dalen we af naar de camping. Met net geen 1000 hm op de klok zitten we om drie uur 's middags alweer voor de tent.



Dag 7: Murol - Royat | 43 km, 750 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Vanuit het vertrek gaat het meteen fors en lang omhoog op weg naar de Côte de Saignes . Langs het kasteel van Murol klimmen we naar een hoogvlakte. Plotseling zien we in de verte de imposante koepel van de Puy de Dôme ligen. De berg is goed te herkennen door de televisiemast op de top. Na een dik uur fietsen zijn we blij als het stuk over de drukke D5 erop zit. Een korte afdaling brengt ons in Aydat. Op het sportveld nemen we een lekker lange pauze.


Het Lac d'Aydat is populair bij kanoërs en andere watersporters. Het vulkanisch stuwmeer is ontstaan doordat een lavastroom de loop van het riviertje de Veyre afdamde. In Rouillas-Bas is de hoofdstraat afgesloten voor een rommelmarkt. Stapvoets manoeuvreren we tussen de mensenmassa en de vele kraampjes door. Eenmaal buiten het dorp kunnen we aan de bak op de Côte de Rouillas , een heerlijk klimmetje over een smal kronkelwegje. Eenmaal over de top gaat het nog een keer kort omhoog waarna we beginnen aan de afzink naar Ceyrat. Ondertussen krijgen we een aantal prachtige vergezichten op de laaggelegen vlakte van de Limagneslenk voorgeschoteld.

Clermond Ferrand


In Ceyrat is het gedaan met de rust. We zitten inmiddels vlakbij het grote Clermont-Ferrand. Over de golvende weg fietsen we naar Royat, waar we een camping willen nemen. De afslag naar de 5-sterren camping rijden we voorbij. Er zou nog een camping bij de stad zijn en die is vast eenvoudiger, goedkoper, enzovoorts. Voor we het weten zijn we een dikke 100 meter gedaald en staan we middenin het centrum. Bij het VVV blijkt dat er toch geen tweede camping is, zodat we het hele eind weer terug omhoog moeten klimmen. Vlak voor de camping krijgen we een mooi uitzicht over Clermont-Ferrand. Net als veel andere gebouwen is de grote kathedraal gebouwd van zwarte lavastenen. Camping Indigo is van alle gemakken voorzien. Voor de prijs van een nacht zouden we een hele week op een van de campings municipal van eerder in de week kunnen staan. Desondanks moeten we het zonder een fijn grasveldje voor de tent stellen.





Puy de Dôme



Dag 8: Royat - Le Fléchat | 36 km, 995 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Na een vroege ochtendwandeling met Casper laat ik mij het Pain aux Raisins goed smaken. Als alle spullen weer ingepakt zijn en de tent afgebroken is volgt de snelle afdaling naar Royat. Daar begint de lange en zware klim naar de Col de Ceyssat , op de hellingen van de Puy de Dôme. De eerste kilometers klimmen we langzaam de stad uit. Daarna slingert de weg tussen een weelderige vegetatie door verder omhoog. Bij het dorpje Fontanas vlakt de weg wat af. Als we de Route Nationale overgestoken zijn, fietsen we recht op de enorme lavakegel van de Puy de Dôme af. Het is een van de jongste vulkanen van de Auvergne. De laatste uitbarsting vond plaats in 5760 v.Chr. Tot 1988 fungeerde de berg regelmatig als aankomstplaats in de Tour de France. Onder andere Joop Zoetemalk was er tweemaal succesvol. In 1952 troefde de vergeten Nederlandse klimmer Jan Nolten er bijna Fausto Coppi af. Tegenwoordig is de berg helaas niet meer per fiets te beklimmen. De smalle weg is zonder verdere bochten als een spiraal rond de bergtop aangelegd en stijgt constant met 10 tot 13%, waardoor dalende fietsers voor levensgevaarlijke situaties zorgden. Vanaf zomer 2012 kan de top alleen nog bereikt worden met het toeristentreintje of met een flinke wandeling.


Bij de enorme parkeerplaatsen voor tandradbaan naar de top van de Puy laten we al het verkeer achter ons. Het restant van de klim naar de Col de Ceyssat gaat door het bos. Op de col is het een drukte van belang. Het blijkt een populaire uitvalsbasis voor een wandeling naar de Puy de Dôme. Ook parapenters zijn niet van de lucht. Na een korte stop genieten we van een welverdiende afdaling. In het dorpje Ceyssat slaan we linksaf. Vanaf de hoogvlakte hebben we een mooi zicht op de Chaîne du Puys, een 30 kilometer lange vulkaanrij met daarin 50 - 60 vulkanen. Met 1464 m is de Puy de Dôme de hoogste ervan. De rij vulkanen ligt boven een breuklijn in de aardkorst waarlangs magma zich zonder al te veel weerstand een weg naar boven kon banen. Vanaf onze standplaats kunnen we zeker tien vulkanen zien liggen.

Notre-Dame-d'Orcival


Even voor St-Bonnet begint de lange geleidelijke klim naar de Col de Guéry . Ondanks de brede weg is er weinig verkeer. Onder een nog altijd strakblauwe hemel komen we langzaam hoger. In Orcival doen we inkopen voor het avondeten. Dit kleine dorpje boft met een enorme toeristische trekpleister. De Notre-Dame-d'Orcival is een prachtige Romaanse basiliek uit de 12e eeuw. In een crypte onder het koor bevindt zich een 14e eeuws Mariabeeld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel toeristen in het dorpje zijn. Helaas kunnen we de geplande camping bij het dorp niet vinden. Er staan wel campingbordjes maar die wijzen een andere kant uit. Het levert ons een extra klimmetje van 100 hoogtemeters op. Maar gelukkig ook een prachtig uitzicht op de Chaîne du Puys! Vanaf de top is het dalen naar de camping aan het meertje bij Le Fléchat. Het is een schitterend plekje, maar verder is de camping een en al vergane glore, inclusief vervallen sanitair waar de asbest platen er los bij hangen. Grappig detail: de buren op de camping hebben ons een week eerder op de Pas de Peyrol zien fietsen!





Roches Tuilleres et Sanadoire



Dag 9: Le Fléchat - La Tour d'Auvergne | 37 km, 700 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Voordat we de klim naar de Col de Guéry kunnen vervolgen, moeten we eerst het bergkammetje van gistermiddag weer oversteken. Middenin het zwaarste deel van de klim pakken we de route weer op. Even voorbij de huizen van Rouchaube vlakt de weg af. De vegetatie wordt dunner, de uitzichten weidser. Het restant van de klim wordt beheerst door twee bijzondere rotspartijen: de Roche Tuilière en de Roche Sanadoire. Beide rotsen zijn restanten van oude kraterpijpen. Ze bestaan uit hard gesteente zoals basalt. De omringende aslagen, die uit zachter materiaal bestonden, zijn door erosie verwenen. Hierdoor is nu alleen nog het harde binnenste deel van de vulkanen zichtbaar. De twee rotsen worden gescheiden door een U-vormig dal dat in de ijstijd door een gletjer uitgesleten is. Het beste uitzicht op de indrukwekkende rotsen is vanaf de col, die zich niet veel verder bevindt.

Col de Guéry


Langs het gletsjermeer op de top fietsen we verder. De afdaling brengt ons na drie dagen weer terug in de chaos van le Mont-Dore. Na een flinke pauze in een park beginnen we aan het laatste obstakel van de vakantie, de onregelmatige klim naar La Stèle . De hoogste bergtoppen ontwijkend, slingert de weg zich langzaam de hoogte in. De klim wordt onderbroken door twee korte afdalingen. Het landschap doet erg aan de Ardennen denken. Op de top bevindt zich een langlaufgebied waar 45 kilometer aan loipes is. Na een ruime lunchpauze beginnen we aan de afdaling. Het bos maakt langzaam plaats voor opener vegetatie. Opeens zien we de Puy de Sancy weer in volle glorie voor ons liggen. In rechte lijn gaat het nu naar La Tour d'Auvergne, waar we onze reis negen dagen geleden begonnen. Om drie uur fietsen we trots en voldaan het terrein van camping La Chauderie op.

Puy de Sancy


Campingeigenaar Ronald wijst ons het mooiste plekje van de camping. Zijn zelfgepakken pizza's laten we ons daarna goed smaken. Tijdens het avondeten blikken we terug op een geslaagde vakantie. Na flink wat aarzelingen reisden we anderhalve week geleden af naar de Auvergne. Hoe zou het gaan met een 10 maanden oude baby 's nachts in de tent? Zou hij overdag genoeg slaap krijgen in de fietskar? En hoe zit het met dat extra gewicht van die zware kar plus kostbare inhoud en de steeds maar weer terugkerende beklimmingen? En het verkeer? Terugkijkend zijn we enorm blij dat we het er toch op gewaagd hebben. De nachten waren weliswaar pittig en het was elke dag vroeg opstaan, maar het fietsen zelf was peanuts vergeleken bij de inspanningen die we ons in eerdere vakanties oplegden. Het extra gewicht viel niet mee, maar hoewel het er geen meter vlak is, zijn de vulkanen van de Auvergne gelukkig de Alpen niet. Voor de kleine man zelf was het een leuke, afwisselende, maar toch ook vermoeidende belevenis. Hoe je het ook wendt of keert, het dagritme is toch een stuk onregelmatiger dan thuis. En het gebied zelf? Het landschap is erg afwisselend: bossen, open ruige hoogvlakes, bergen en pittoreske rivierdalletjes wisselen elkaar af. De spannende geologische geschiedenis met overal vulkanische resten geeft de regio een bijzonder tintje. De wegen zijn meest autoluw, uitgezonder de hoofdwegen. Alles bij elkaar was het een prachtige ervaring die we niet hadden willen missen!