>> Homepage    >> Mijn fietsreizen    >> Overzicht beklommen cols    >> Hoogteprofielen Midden-Nederland    >> Links

Alpenbrevet 2011

(Klik op de foto's voor een vergroting!)
Reageren? Stuur me een E-mail!


De Marmotte, de Maratona dles Dolomites en de Ötztaler Radmarathon zijn de drie bekendste cyclosportieven in de Alpen. Naast deze prestigieuze evenementen zijn er nog een groot aantal minder bekende tochten. Een daarvan trok in de zomer van 2010 mijn aandacht: het Alpenbrevet. Wat me het meeste aantrok waren de statistieken van de 'platina' variant. Die zijn met met 276 km en 7000 hm ronduit indrukwekkend. De route voert over grote Zwitserse alpenpassen als de Grimsel, de Nufenen en de Susten. Al snel werd het uitrijden van deze langste afstand van het Alpenbrevet tot fietshoofddoel van 2011 bestempeld.

Afdaling Grimselpass


Cols

In de tekst worden beklimmingen cursief weergegeven. De rode bergjes verwijzen naar het hellingprofiel en wat statistieken van de betreffende klim. Zie het col-overzicht voor informatie over al mijn beklommen cols.


Dagoverzicht

Dag 1: Rondje Grosse Scheidegg
Dag 2: Retourtje Grimselpass - Oberaarsee
Dag 3: Alpenbrevet: Grimselpass - Nufenenpass - Lukmanierpass - Oberalppass - Sustenpass


Reisverslag

Dag 1: Rondje Grosse Scheidegg | 82 km, 1525 hm
> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Samen met Ronald en Arjan arriveer ik woensdagnacht bij ons appartement in Meiringen, waar we gastvrij onthaald worden door de eigenaresse. Het blijkt de ruime bovenverdieping van een huis te zijn, die van alle gemakken voorzien is. Het welkomstbiertje laten we op dit tijdstip (1:00) maar even aan ons voorbij gaan. Na een goede nachtrust vergapen we ons 's ochtends aan het uitzicht op de bergen om ons heen.

Grosse Scheidegg


Eiger en Mönch vanaf de Grosse Scheidegg


Na het ontbijt is het tijd om de benen los te fietsen, hoewel er daarvoor mildere manieren zijn dan de Grosse Scheidegg aan te vallen. Maar goed, de klim begint in onze achtertuin en volgens de berichten is het gewoon een schitterende col. Tussen de huizen van Willingen, een klein dorpje wat tegen Meiringen aanligt, klimmen we de eerste meters omhoog. Onbewust maken we het onszelf daarmee niet gemakkelijker: de 'officiële' weg naar de Grosse Scheidegg komt ter hoogte van de Aareschlucht uit op de grote weg van Meiringen naar Innertkirchen. Onze variant is iets afgelegener, korter en steiler en komt na dik 2 km op de hoofdweg naar de pas uit (enkele stukjes zijn ongeasfalteerd, maar desondanks goed te verteren met de racefiets). Ongeveer halverwege de klim bevindt zich een vlakker gedeelte. De wanden van het dal wijken hier uiteen, de bomen verdwijnen en we krijgen een spectaculair uitzicht op de Rosenlaui Gletsjer voorgeschoteld. Als de weg het kalm kabbelende bergriviertje oversteekt wordt het weer steiler. De Gletscherschlucht, een bijzonder smalle kloof waar het smeltwater met groot geweld doorheen wordt geperst, laten we links liggen. Een tweede plateautje bij het chalet-restaurant Schwarzwaldalp vormt de bekende stilte voor de storm. Als we linksaf draaien lijkt de weg recht tegen de Wetterhorn aangelegd te zijn. Ik meet een steilste halve kilometer van 14% gemiddeld! Na deze beproeving overwonnen te hebben, vinden we onszelf terug tussen uitgestrekte alpenweiden. De smalle weg kronkelt verder omhoog naar de top. Overal zijn hoge bergen om ons heen. Het uitzicht boven geeft me een magisch gevoel: daar in de verte liggen de besneeuwde toppen van de Eiger en de Mönch in hun volle glorie. De beruchte Eigernoordwand, met z'n vele dramatische klimverhalen, ligt er imponerend bij. In de diepte ligt het bekende bergsportdorpje Grindelwald. De lange middagpauze in het gras op de top eindigt met een colaatje in het restaurant.


Terwijl Arjan langs dezelfde weg afdaalt om de Grimselpass te verkennen, daal ik met Ronald af naar Grindelwald voor een rondje langs de Brienzer See. Over de zeer steile en smalle weg is het niet lekker dalen. Gelukkig maakt het uitzicht op de besneeuwde bergen en de gletsjers veel goed. In Interlaken kopen we bij een supermarkt wat te drinken. De geplande beklimming naar Axalp besluit ik te skippen: in de klim naar de Grosse Scheidegg heb ik last van steken in de knie gereden. Ik maak me zorgen voor het Alpenbrevet. Zoals het nu aanvoelt gaat dat absoluut niets worden. Op de grotendeels vlakke weg langs diepblauwe Brienzer See wordt het er niet beter op. Ronald maakt nog een ommetje naar de Brünigpass, ik fiets linea recta terug naar het appartement. Met mixed feelings zit ik even later met een biertje in de tuin te wachten tot de anderen terug komen.



Dag 2: Retourtje Grimselpass - Oberaarsee | 78 km, 2015 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Vandaag heeft ieder van ons zijn eigen plannen. Arjan wil graag de slotklim van morgen, de Sustenpass, verkennen en Ronald wil hem wel met de auto op de top van de Furkapass afzetten. Zelf plant hij een rustdag en doet wat sight-seeing in Wallis. Hoewel morgen al de grote dag is, ben ik erg benieuwd hoe mijn knie het houdt. Ik besluit op weg te gaan naar de Grimselpass en de Oberaarsee , een stuwmeer wat via een spectaculair bergweggetje vanaf de pas te bereiken is.

Laatste deel Grimselpass vanaf zijweg naar Oberaarsee


In een zeer laag tempo bedwing ik het knikje van de Aareschlucht. Even later, in Innertkirchen, druk ik op de Polar om de tijd op de Grimsel op te nemen. De klim is erg onregelmatig, echt steil wordt het nergens. De Grimsel is met 26 km vooral erg lang. Zonder ook maar een moment te forceren peddel ik door het beboste dal van de Aare omhoog. Ik zie dat bij Guttannen een geschikt vlak stuk ligt om morgen eventueel een snelle jelle naar binnen te werken. In een donkere tunnel met een vervelende bocht is het lastig om de orientatie te bewaren. Het steilste stuk volgt na een eerste stuwmeer met elektriciteitscentrale. De hoofdweg gaat door een tunnel, fietsers worden over de oude weg omgeleid. Over ouderwetse klinkers dokker ik omhoog. De Grimsel is een mooie klim met afwisselend weiden, bossen, kale rotswanden en hoge bergtoppen. De brede autoweg is een minnetje, maar daar staat wel uitstekend asfalt tegenover. Met een paar wijde haarspeldbochten klimt de weg naar het volgende stuwmeer. Na een vlak stuk langs de oever van het meer is niet ver klimmen naar de hogergelegen Grimselsee. Het oude Grimselhospiz (sedert 1142, het oorspronkelijke bouwwerk is in het meer verdwenen) is nu een modern hotel. De laatste paar kilometers slingert de weg zich spectaculair naar de top.

Oberaarsee


Bovengekomen sla ik rechtsaf de smalle weg naar de Oberaarsee in. Het stoplicht voor auto's staat op rood: slechts 10 minuten per uur mag je er met de auto inrijden. Genietend van de plotselinge rust en het prachtige uitzicht klim ik boven de Grimselpass uit. Mijn knie houdt het redelijk. De gouden afstand moet morgen geen probleem zijn, maar ik denk niet ik de snelheid kan ontwikkelen om de platina tot een goed einde brengen. Langs de langgerekte Grimselsee, die aan mijn rechterhand 300 meter in de diepte ligt, klim ik tussen kale rotsen en hoge pieken verder de bergen in. Aan het eind van het meer doemt de Unteraargletscher op. Of beter, dat wat er nog van over is, want de opwarming van de Aarde lijkt ook hier genadeloos. Voorbij het hoogste punt is het dalen naar de stuwdam van de Oberaarsee. De BIG is binnen.


Aan het eind van de middag halen we in het dorp onze startbescheiden op en doen we nog wat kleine boodschappen. Gewapend met rugnummer, transponder en een berg reclamemateriaal lopen we terug naar het appartement. Na een eenvoudige doch voedzame pastamaaltijd prepareren we de fietsen en zijn we er helemaal klaar voor.



Dag 3: Alpenbrevet | 279 km, 6665 hm

> Hoogteprofiel
> Routekaartje

Tegen kwart voor zeven stellen we ons op in het startvak in de Kirchgasse. Onder de hoogdravende klanken van Händels Hallelujah schuifel ik na het startschot naar voren. Eenmaal onder de grote boog door gaat het los. Vol met adrenaline val ik het klimmetje bij de Aareschlucht aan. Ik stond vrij ver achterin het startvak en haal heel veel fietsers in. De knie lijkt de toch forse inspanning goed te verteren. Ik ga er voor!

Beklimming Grimselpass


Meegezogen in het lange veelkleurige lint van fietsers kom ik al snel in Innertkirchen, waar de klim naar de Grimselpass begint. De onregelmatige klim verloopt zonder problemen. Door de verkenning van gister weet ik precies wat er komen gaat. Zonder te forceren klim ik omhoog. Op de vlakkere stukken wordt het tempo flink de hoogte in gejaagd. Voorbij het laatste stuwmeer lonkt de top. Nog steeds heb ik geen noemenswaardige last van mijn knie. Gaat die platina afstand dan toch nog lukken? Door opluchting en euforie gooi ik er wat meer vermogen tegenaan. Met nog een paar bochten te gaan zie ik plotseling Arjan voor me rijden. Op de top zie ik hem in de rij bij de bevoorrading staan. Ik geef een schreeuw dat ik ook ben bovengekomen en stort me zonder te stoppen in de afdaling. De klim ging op een haar na 20 minuten sneller dan gister.

Afdaling Grimselpass


Over een goede brede weg suis ik richting Gletsch. Hier slaat de Silbertour linksaf richting Furkapass, de Gold en de Platina versies dalen nog een stukje verder af. Echt lekker dalen is het hier niet, vanwege een aantal auto's die opgehouden worden door langzame fietsers. In Ulrichen verlaten we de grote weg. Vrijwel meteen staan we aan de voet van de Nufenenpass , de tweede beproeving van de dag. Met 2478 m is het de hoogste geheel op Zwitsers grondgebied gelegen pas. Afgezien van enkele vlakke intermezzo's stijgt de weg constant met 9 á 10%. Dit maakt hem tot de zwaarste beklimming van de dag. Op papier dan, want we zijn eigenlijk pas net onderweg. Met mijn 30/28 probeer ik nog enigszins op reserve te rijden. De snelheid schommelt tussen de 9 en 10 km/uur. Het landschap bestaat uit kale rotsen en ruige alpenweiden. Er is weinig hoge begroeiing. Het is dat we hier met honderden wielrenners tegen de berg opkruipen, op elke andere dag moet hier complete verlatenheid heersen. Bij elk geschikt punt kijk ik terug het dal in of Arjan al in aantocht is. In het tweede deel van de klim zie ik hem langzaam naderen. Een kilometer voor de top haalt hij me in. Bij de ravitaillering op de top, vlakbij een pittoresk bergmeertje, kletsen we kort bij. Het is nog geen half 11. De tijdslimiet voor de platinatour van 11:15 in Airolo, 20 km dalen verderop, ligt binnen handbereik!


De afdaling van de Nufenen blijkt net zo steil als de beklimming. Ondanks de niet zo prettige betonplaten worden hoge snelheden bereikt. Ruim op tijd bereiken we Airolo. Bij de splitsing slaan we rechtsaf, het platinaparcours op. De teerling is geworpen, de dood of de gladiolen! Wat volgt is een geleidelijke afdaling van een dikke 30 km. We komen in een uitstekend groepje terecht van een man of 15, waar na enige aarzeling behoorlijk samengewerkt wordt. In razende vaart arriveren we in Biasca, een stadje dat op slechts 300 m boven zeeniveau ligt, dik 2000 m lager dan de Nufenenpass! Op deze stralende zomerdag is het er goed warm. Bij de bevoorrading gunnen we onszelf een ruime pauze om te vieren dat we voorlopig platina-waardig zijn.


Terwijl rechtdoor het Lago Maggiore lonkt, slaan wij linksaf voor de langste klim van de dag. De Lukmanierpass meet een imponerende 40 km! En hoewel de weg in de eerste 12 km slechts vals-plat oploopt, zit de angst er behoorlijk in. De meeste deelnemers beleven hier hun zwaarste moment. In een langzaam groeiend groepje leggen we het eerste deel van de klim af. Arjan en ik doen om beurten het kopwerk. Het tempo is voorzichtig, we moeten nog een stukje. Als het wat steiler wordt stopt Arjan om zijn helm af te zetten en aan het stuur te bevestigen. Het groepje spat al snel uiteen en de volgende kilometers leg ik kletsend met een andere Nederlander af. Op deze manier vliegen de kilometers onder de wielen door. Bij het dorpje Olivone, met nog 1000 van de 1600 hoogtemeters te gaan, wordt het serieuzer. Het dal maakt hier een haakse bocht naar links. De weg volgt met een aantal brede slingers. Ik klim alleen verder, vind een goed ritme en haal voortdurend mensen in. Het is heet in de klim en dat ligt me wel. In opperbeste stemming bel ik naar huis om te melden waar ik uithang. Ook spreek ik Ronald. Hij doet vandaag de Silbertour en heeft zojuist copieus gelunched op de Furkapass. Hoewel ik niet in elkaar stort kent de Lukmanier geen genade. Er komt geen einde aan. Na 14 km aan 6% ben ik toch behoorlijk gesloopt. De laatste kilometers naar de top wordt het gelukkig wat minder steil. Boven (klimtijd 2:25) val ik aan op de sinaasappels en eet ik een lekker broodje geitenkaas. Heerlijk, na al die zoete repen!


Beneden in Disentis wacht de Oberalppass , de makkelijkste van de dag. Maar met 190 km en drie passen achter de kiezen is niets meer vanzelfsprekend. Gelukkig stelt het eerste deel, net als bij de Lukmanier, niet zo veel voor. Ik fiets een stukje samen op met een Zwitser, die zich vooral verheugt op de afdaling naar Andermatt. Na een vlak stuk begint de finale klim naar de top. Toch nog 8 km klimmen. In een weids alpenlandschap werk ik mezelf over de brede gladgeasfalteerde weg omhoog. Het begint zwaar te worden. Honderd meter voor met fietst een groepje van drie. Ik kom geen meter dichterbij. Door natuurlijke selectie heeft iedereen zo'n beetje hetzelfde niveau. De laatste drie kilometer slingert de weg met een stuk of 10 haarspeldbochten naar de top, waar ik me de warme soep goed laat smaken. Met een nieuwe voorraad energierepen duik ik de afdaling in.

Afzien op de Sustenpass


Die Zwitser had geen woord teveel gezegd: het was een prachtafdaling. In Andermatt denk ik dat ik beneden ben, maar het meest spectaculaire stuk komt nu pas. Door een groot aantal tunnels en gallerijen slingert de drukke weg met talloze bochten door een kloof naar beneden. Deze passage was van tevoren aangemerkt als 'gevaarlijk' en ik begrijp nu waarom. Leuk is het wel! Beneden, in Wassen, doe ik mijn windjack uit, wens een moeilijk kijkende medefietser succes en begin aan de laatste berg van de dag, de Sustenpass . De 1300 hoogtemeters in krap 18 km boezemen ontzag in. De klim begint spectaculair. Met een paar kunstige bochten slingert de weg zich door een nauwe kloof. Steil hier! Als de weg eenmaal het Meiendal ingedraaid is, opent het landschap zich en wordt het iets minder steil. Na een zo goed als recht stuk van een kilometer of acht buigt de weg scherp naar links om vervolgens weer terug te buigen in de oorspronkelijk richting. Nu volgt het mooiste en zwaarste deel van de klim. In de verte ligt de pasweg honderden meters hoger tegen de rotsen geplakt. Mijn hartslag haalt de 150 niet meer, terwijl die op de Nufenen nog rond de 165 schommelde. Ik ben verrot, verlang naar het einde, maar geniet tegelijkertijd: het Alpenbrevet is zo goed als binnen en de vergletjerde bergen om me heen zijn fascinerend. Vanochtend nog dacht ik dat het niets zou worden met die knie, maar dat is 100% meegevallen. Na een paar links-rechts combinaties is daar ploteling de top, die gevormd wordt door een lange rechte tunnel. Weer terug in het daglicht maak ik een laatste stop bij de ravitaillering, waarna ik me klaar maak voor de laatste afdaling.

Finish!


De afdaling is verschrikkelijk. Normaal zou het een prachtige afdaling zijn met lekker lopende bochten. Nu heb ik het steenkoud en wil ik alleen maar snel beneden zijn. Dalend als een krant arriveer ik tenslote in Innertkirchen. Opgelucht geef ik nog een keer gas op het klimmetje door de Aareschlucht. Krijg ik het weer lekker warm van! In de laatste dalende lijn wordt ik nog door twee renners ingehaald. Het kan me niets schelen, de buit is binnen! Na nog een paar bochten is daar plotseling de finish. Met een zeer voldaan gevoel passeer ik de finishboog. Er staat behoorlijk wat publiek, wat me met applaus begroet. Mooi! Ik ben nog maar net terug in het appartement of Arjan belt dat hij ook gefinished is. Ook Ronald heeft een geweldige dag gehad. Alledrie zijn we dik tevreden met onze prestatie. Aan sterke verhalen geen gebrek. De organisatie was perfect. Het parcours voert door een geweldig alpenlandschap over de bekendste Zwitserse alpenpassen. Het gaat wel grotendeels over doorgaande wegen, maar daar hadden we onderweg niet veel last van. Met stralend zomerweer werkte het weer ook goed mee, hetgeen gezien verslagen van eerdere edities een uitzondering lijkt. Ter vergelijking: mijn netto-fietstijd verschilde maar 10 minuten van het rondje rond de Zuiderzee (374 km), wat ik bijna drie weken eerder aflegde. In die zin zijn beide tochten blijkbaar goed met elkaar te vergelijken. De volgende ochtend pakken we de spullen en om een uur of half elf rijden we weg. Acht uur later zijn we weer thuis. Mission accomplished!




Oorkonde